Doe mee en deel je reiskennis!

Taalgids Zweeds

Uit Wikitravel
Ga naar: navigatie, zoeken

Sjabloon:Infobox taal Het Zweeds (svenska) is een Noord-Germaanse of Scandinavische taal met ongeveer 9 miljoen sprekers. Het is de meestgesproken taal in Zweden (8,8 miljoen sprekers) en een van de officiële talen van Finland (300.000 sprekers). In de Finse autonome provincie Åland is het Zweeds de enige officiële taal.

Het Zweeds is nauw verwant aan de andere twee vasteland-Scandinavische talen, het Deens en het Noors. Het Zweeds en het Noors, en in iets mindere mate het Deens, zijn onderling redelijk verstaanbaar. Sommige woorden zijn anders, grammaticaal komen de talen overeen. De spelling is wel verschillend.

De woordenschat van het Zweeds bestaat bijna geheel uit Germaanse woorden. Er zijn wel wat leenwoorden uit vooral het Latijn, Frans en (Neder)Duits. Tegenwoordig worden er veel woorden uit het Engels overgenomen, al dan niet aangepast of letterlijk vertaald (leenvertaling).

Kenmerkend voor de uitspraak van het Zweeds is de melodie: het is een toontaal. Er bestaan twee verschillende toonaccenten, en deze kunnen betekenisonderscheidend zijn. Het woord anden betekent, afhankelijk van de intonatie, "de eend" of "de geest". Hoe de toonaccenten daadwerkelijk worden uitgesproken is sterk afhankelijk van waar de spreker vandaan komt. In het zuiden onderscheidt men de tonen meer in de lengte dan in de toonhoogte. Bovendien wordt een woord alleen met toonaccent uitgesproken wanneer het een belangrijke grammaticale functie in een zin vervult.

De standaardtaal is het Rijkszweeds (rikssvenska) en is gebaseerd op de dialecten rond Stockholm en het Mälardal. Andere varianten van het Zweeds zijn het Finland-Zweeds en Estland-Zweeds.

Verwantschap

Het Zweeds behoort tot de Indo-Europese talen, daarbinnen tot de Germaanse talen en daarbinnen de Noord-Germaanse talen. Samen met het Deens behoort het tot de Oost-Scandinavische talen. Het Noors, IJslands en Faeröers behoren tot de West-Scandinavische talen. Het Zweeds, Noors en Deens zijn voor een groot deel onderling verstaanbaar. Vooral het gesproken en geschreven Noors en geschreven Deens (de uitspraak is totaal anders) is voor 80 tot 90% verstaanbaar voor Zweden. Door sommigen worden deze talen ook wel dialecten van elkaar genoemd. Pas sinds de 19e en 20e eeuw, toen de landen na eeuwen van oorlog zich een grondgebied hadden toegeëigend, en door nationalistische ideeën, groeiden de talen steeds meer uit elkaar. Langs de grenzen spreekt men dus nog steeds een op elkaar lijkend dialect.

Verspreiding

Verspreiding van het Zweeds

Het Zweeds is de nationale taal van Zweden, voor 8 miljoen de moedertaal en voor 1 miljoen immigranten de tweede taal. Het is ook een officiële taal in Finland en de moedertaal van 5,9% (ca. 300.000 mensen) van de Finse bevolking, voornamelijk aan de zuidwestkust (en op de eilanden). Op Åland is het voor 95% van de bevolking de moedertaal. Verder is in 3 Finse gemeenten op het vasteland het Zweeds de enige officiële taal: Korsnäs, Närpes en Larsmo. Het Zweeds is een verplicht vak op de middelbare school voor Finstaligen in heel Finland (gemiddeld 2 uur per week).

Ook in Estland is er een heel klein gedeelte van de bevolking dat Zweeds spreekt. In de Middeleeuwen was dit tegen de 10% van de Estse bevolking, maar tegenwoordig daalt dit aantal snel.

Zweeds is ook de moedertaal van een groep emigranten in de Verenigde Staten, vooral in de staten Minnesota en Illinois. Ook in Zuid-Amerika (Argentinië en Brazilië) zijn er kleine groepen Zweedstaligen. Bovendien zijn er over de hele wereld 40.000 mensen die Zweeds leren (op volksuniversiteiten en andere scholen).

Officiële taal

Het Zweeds is de nationale (maar niet de officiële) taal van Zweden. Er zijn in het parlement wel stemmen opgegaan om het de enige officiële taal van Zweden te maken, maar dat voorstel is afgewezen. In Finland is het wel één van de twee officiële talen, naast het Fins. In de Europese Unie is het ook één van de 23 officiële talen. Tenslotte is het ook in de Noordse Raad één van de drie werktalen (naast het Deens en Noors).

Alfabet

Het Zweeds wordt geschreven met het Latijnse alfabet, waaraan na de Z [sèta] drie tekens zijn toegevoegd: Å, Ä en Ö. Deze worden als aparte letters gezien en ongeveer als [o], [è] en [eu] uitgesproken. De letter O wordt in de regel als [oe] en soms als [o] uitgesproken. Traditioneel werd de W niet als een aparte letter maar als een variant van de V beschouwd en dus ook bij de V gesorteerd, maar sinds april 2006 geldt de W als een volwaardige letter van het Zweedse alfabet, waarmee het aantal letters op 29 komt. Andere diakritische tekens komen niet voor in de Zweedse taal, behalve bij leenwoorden en eigennamen.

Geschiedenis

Het Zweeds is ontwikkeld uit het Oudnoords, de taal die in een groot deel van Scandinavië rond de 8e eeuw werd gesproken door de Vikingen. Daarna splitste deze taal zich op in het westen en oosten. Tot de oostelijke taal behoorden het Zweeds en het Deens. Maar rond de 12e eeuw splitsten deze talen zich ook weer op in aparte talen. Het Zweeds werd vanaf die tijd beïnvloed door het Latijn en het Grieks en later het Duits en vooral het Nedersaksisch. Ook werden er veel woorden geleend uit het Nederlands, vooral op het gebied van de zeevaart. In de 16e eeuw begon met de inleiding van de boekdrukkunst en de reformatie de tijd van het Nysvenska (Nieuw-Zweeds). Tot die tijd bestond er bijna alleen de spreektaal, maar door het drukken van de bijbel begon de taal steeds meer vorm te krijgen en uniformer te worden. Het Zweeds leende ook veel woorden uit het Frans. Nu is het de periode van het Nusvenska (Nu-Zweeds), die rond 1900 begon. Dit werd in gang gezet door de industrialisatie en de verstedelijking. Belangrijk was hiervoor de verandering van het aanspreken van vreemde personen met du (jij) in plaats van ni (u) (vanaf de jaren 70). Ook leent het Zweeds steeds meer woorden uit het Engels.

Grammatica

Zelfstandige naamwoorden

In het Zweeds worden, zoals in alle Noord-Germaanse talen, de zelfstandige naamwoorden verbogen. Waar in het Nederlands het onbepaald lidwoord (een) wordt gebruikt, heeft het Zweeds "en" (geslachtelijk) en "ett" (onzijdig), gevolgd door de standaardvorm. Laten we als voorbeeld de woorden en bil (een auto) en ett hus (een huis) nemen. Als wij deze woorden willen voorzien van een bepaald lidwoord (de of het) verandert het Nederlands alleen het lidwoord, terwijl in het Zweeds het zelfstandig naamwoord in de zg. bepaalde vorm gezet wordt: 'de auto' wordt bilen, 'het huis' wordt zo huset. Dit laat zien dat het bepaald lidwoord wordt aangehecht aan het zelfstandige naamwoord.

De bijbehorende meervoudsvormen zijn: bilar (auto's) en bilarna (de auto's), hus (huizen) en husen (de huizen).

Een ander voorbeeld aan de hand van het woord 'vis':

  Enkelvoud Meervoud
Onbepaalde vorm Bepaalde vorm Onbepaalde vorm Bepaalde vorm
Nominatief fisk fisken fiskar fiskarna
Genitief fisks fiskens fiskars fiskarnas

Hierbij moet overigens aangetekend worden dat de vormen niet altijd hetzelfde zijn. Er zijn verschillende groepen van zelfstandige naamwoorden met andere verbuigingen. De voorbeelden hier zijn slechts om een indruk te geven van de Zweedse zelfstandige naamwoorden.

Werkwoorden

De grootste groep regelmatige Zweedse werkwoorden eindigen in hun infinitiefvorm op -a. Net als bij andere Scandinavische talen zoals het Deens en Noors zijn de vervoegingen bij alle persoonsvormen hetzelfde en bestaat deze uit een toevoeging van de -r aan de infinitief voor de tegenwoordige tijd en -de voor de verleden tijd.

Voorbeeld:

infinitief: att tala (spreken - het woord 'att' komt alleen los voor de infinitief voor en is vrij lastig te vertalen, wel vergelijkbaar met het Engelse 'to' - 'att tala' / 'to speak', of het Nederlandse '(om) te spreken')

  • jag talar - ik spreek
  • du talar - jij spreekt
  • han/hon talar - hij/zij spreekt
  • vi talar - wij spreken
  • ni talar- jullie spreken/u spreekt
  • de talar - zij spreken
  • jag talade - ik sprak
  • du talade - jij sprak
  • han/hon talade - hij/zij sprak
  • vi talade - wij spraken
  • ni talade - jullie spraken/ u sprak
  • de talade - zij spraken

Uitspraak

Klinkers

Klinkerfonemen in het Standaardzweeds

Medeklinkers

bilabiaal labiodentaal dentaal Alveolar palataal velaar glottaal
plosief p b t d k g
approximant v l r j h
frikatief f s ɕ ɧ
vibrant
nasaal m n ŋ

Uitspraak

Deze uitspraakregels gelden voor normale gevallen (volgens het Internationaal Fonetisch Alfabet), er zijn echter ook uitzonderingen. De gegeven Nederlandse klanken zijn slechts een grove benadering.

Letter Geluid Beschrijving Voorbeeld
a [[[:Sjabloon:IPA]]] korte a als in zal kall [[[:Sjabloon:IPA]]] koud
[[[:Sjabloon:IPA]]] lange donkere a bra [[[:Sjabloon:IPA]]] goed
e [[[:Sjabloon:IPA]]] korte e als in bed vecka [[[:Sjabloon:IPA]]] week
[[[:Sjabloon:IPA]]] lange e als in Beet heta [[[:Sjabloon:IPA]]] heten
[[[:Sjabloon:IPA]]] voor r als open a-geluid berg [[[:Sjabloon:IPA]]] berg
g [[[:Sjabloon:IPA]]] voor e, i, y, ä en ö plus na l en r als Nederlandse j gäst [[[:Sjabloon:IPA]]] gast, älg [[[:Sjabloon:IPA]]] eland
[[[:Sjabloon:IPA]]] anders als Engelse g als in big gammal [[[:Sjabloon:IPA]]] oud
k [[[:Sjabloon:IPA]]] voor e, i, y, ä en ö als in Duits ich kyrka [[[:Sjabloon:IPA]]] kerk
[[[:Sjabloon:IPA]]] anders als Nederlandse k kall [[[:Sjabloon:IPA]]] koud
o [[[:Sjabloon:IPA]]] meestal kort als in bord kort [[[:Sjabloon:IPA]]] kort
[[[:Sjabloon:IPA]]] als oe-klank, als in boer kort [[[:Sjabloon:IPA]]] kaart
[[[:Sjabloon:IPA]]] meestal als oe-klank, als in loep ko [[[:Sjabloon:IPA]]] koe
[[[:Sjabloon:IPA]]] bijna als o in oven son [[[:Sjabloon:IPA]]] zoon
r [[[:Sjabloon:IPA]]] rollende r rik [[[:Sjabloon:IPA]]] rijk
s [[[:Sjabloon:IPA]]] als harde s se [[[:Sjabloon:IPA]]] stof
u [[[:Sjabloon:IPA]]] tussen oe en uu in full [[[:Sjabloon:IPA]]] vol
[[[:Sjabloon:IPA]]] bijna als Nederlandse vuur ful [[[:Sjabloon:IPA]]] lelijk
v [[[:Sjabloon:IPA]]] als w in wij vara [[[:Sjabloon:IPA]]] zijn
y [[[:Sjabloon:IPA]]] zoals u in duur lycka [[[:Sjabloon:IPA]]] geluk
[[[:Sjabloon:IPA]]] tussen ie en uu in ny [[[:Sjabloon:IPA]]] nieuw
å [[[:Sjabloon:IPA]]] als o in bos sång [[[:Sjabloon:IPA]]] lied
[[[:Sjabloon:IPA]]] bijna als o in boos kål [[[:Sjabloon:IPA]] kool
ä [[[:Sjabloon:IPA]]] korte e als in bed häst [[[:Sjabloon:IPA]]] paard
[[[:Sjabloon:IPA]]] lange e als in bed maar dan langer aanhouden äta [[[:Sjabloon:IPA]]] eten
[[[:Sjabloon:IPA]]] voor a als bel färg [[[:Sjabloon:IPA]]] kleur
[[[:Sjabloon:IPA]]] voor r als lange e bed, maar langer aanhouden här [[[:Sjabloon:IPA]]] hier
ö [[[:Sjabloon:IPA]]] als e in gewoon kött [[[:Sjabloon:IPA]]] vlees
[[[:Sjabloon:IPA]]] bijna als eu-klank in leuk lök [[[:Sjabloon:IPA]]] ui
[[[:Sjabloon:IPA]]] voor r als eu in leuk för [[[:Sjabloon:IPA]]] voor

Lettersamenstellingen:

Lettersamenstelling Geluid Beschrijving Voorbeeld
dj, gj, hj, lj [[[:Sjabloon:IPA]]] als Nederlandse j djur [[[:Sjabloon:IPA]]] dier, gjuta [[[:Sjabloon:IPA]]] gieten, hjul [[[:Sjabloon:IPA]]] wiel, ljus [[[:Sjabloon:IPA]]] licht
kj, tj [[[:Sjabloon:IPA]]] als sj-klank in Nederlands ramsj kjol [[[:Sjabloon:IPA]]] rok, tjuv [[[:Sjabloon:IPA]]] dief
rd, rl, rn, rs, rt [[[:Sjabloon:IPA]]], [[[:Sjabloon:IPA]]], [[[:Sjabloon:IPA]]], [[[:Sjabloon:IPA]]], [[[:Sjabloon:IPA]]] met r versmelten deze medeklinkers tot een retroflex, dus met opgerolde tong bord [[[:Sjabloon:IPA]]] tafel, pärla [[[:Sjabloon:IPA]]] parel, barn [[[:Sjabloon:IPA]]] kind, först [[[:Sjabloon:IPA]]] eerst, kort [[[:Sjabloon:IPA]]] kort
sch, sj, skj, stj, -sion, -tion [[[:Sjabloon:IPA]]] als een zachte g gevolgd door een w schack [[[:Sjabloon:IPA]]] schaken, sjuk [[[:Sjabloon:IPA]]] ziek, skjuta [[[:Sjabloon:IPA]]] schieten, stjärna [[[:Sjabloon:IPA]]] ster, station [[[:Sjabloon:IPA]]] station
sk [[[:Sjabloon:IPA]]] voor e, i, y, ä, ö als in zachte g gevolgd door een w skön [[[:Sjabloon:IPA]]] mooi/lekker
[[[:Sjabloon:IPA]]] anders als s+k aan elkaar skog [[[:Sjabloon:IPA]]] bos

Woordenschat

De Zweedse taal bestaat vooral uit woorden met een Germaanse oorsprong (zoals 'hus', 'kung', 'blom', 'gås'). Toen het christendom naar Zweden kwam werden er veel woorden uit het Latijn en Grieks geleend. Tijdens de handelsperiode met Duitsland werden er ook veel woorden uit het (Neder-)Duits geleend ('fråga', 'stad', 'borgmästare'). Ook werden vooral termen uit de zeevaart uit het Nederlands geleend, maar ook uit het gewone Nederlands ('skenhelig') In de 17e eeuw werd het Frans populair als cultuurtaal en dus kwamen er veel leenwoorden uit het Frans ('nivå', 'ateljé', 'byrå'). Vanaf de 19e eeuw begon het Engels grote invloed op het Zweeds uit te oefenen ('bojkott'). Tegenwoordig gebeurt dit in hoge mate ('airbag', 'new age', 'tejp' (van tape), 'mejl' (van e-mail)).

Dialecten

Voorbeelden

  • Zweeds svenska /'swen-ska/
  • Zweden Sverige /'swer-je/
  • hallo! hej! /heej/
  • dag! (bij afscheid), tot ziens! hej då! /'heej-do/
  • alsjeblieft (vragend) tack /tak/
  • alsjeblieft (aandringend) snälla /'snell-a/
  • alsjeblieft (aanbiedend) varsågod /wâr-sjo-'ĝoed/
  • dank u, dank je tack /tak/
  • geen dank ingen orsak /'ing-en 'oe-sjaak/
  • hoe gaat het? hur står det till? /huur stoor dê 'til/
  • goed bra /brâ/
  • slecht dåligt /'do-lit/
  • waar ligt...? var ligger...? /'wâr ligg-er/
  • hoeveel? (ontelbare eenheden) hur mycket? /huur 'mukk-e/
  • hoeveel? (telbare eenheden) hur många? /huur 'mong-a/
  • waar komt u/kom je vandaan? varifrån kommer du? /wâr-i-'froon 'komm-er du/
  • ik kom uit Nederland/België jag kommer från Nederländerna/Belgien /jaĝ komm-er fron 'ne-der-len-der-na/bel-ĝi-en/
  • spreekt u/spreek je Nederlands? talar du nederländska? /'tâ-lar du 'ne-der-len-ska/
  • ja ja /jâ/
  • nee nej /neej/
  • proost! skål! /skool/

Zie ook

Sjabloon:InterWiki Sjabloon:Wikt Sjabloon:Wikibooks Sjabloon:Navigatie Germaanse talen Sjabloon:CommonscatSjabloon:Link FA Sjabloon:Link FA Sjabloon:Link FA Sjabloon:Link FA Sjabloon:Link FA Sjabloon:Link FA Sjabloon:Link GA Sjabloon:Link GA Sjabloon:Link GA

af:Sweeds als:Schwedische Sprache am:ስዊድንኛ an:Idioma sueco ang:Sƿēonisc sprǣcarc:ܠܫܢܐ ܣܘܝܕܝܐ arz:سويدى ast:Suecu az:İsveç dili bar:Schwedisch bat-smg:Švedu kalba be:Шведская мова be-x-old:Швэдзкая мова bg:Шведски език bn:সুয়েডীয় ভাষা br:Svedeg bs:Švedski jezikcdo:Sôi-diēng-ngṳ̄ ce:Şvedhoyn mott ceb:Pinulongang Sweko chr:ᎠᏂᏍᏫᏗ ᎦᏬᏂᎯᏍᏗ ckb:زمانی سویدی co:Lingua svedese crh:İsveç tili cs:Švédština cu:Свєньскъ ѩꙁꙑкъ cv:Швед чĕлхи cy:Swedeg da:Svensk (sprog)diq:Swêdki dsb:Šwedšćina dv:ސުވެޑިޝް ee:Swedgbe el:Σουηδική γλώσσα eml:Śvedéśet:Rootsi keel eu:Suediera fa:زبان سوئدیfiu-vro:Roodsi kiil fo:Svenskt málfrp:Suèdouès fy:Sweedsk ga:An tSualainnis gan:瑞典語 gd:Suainis gl:Lingua sueca gv:Soolynnishhif:Swedish bhasa hr:Švedski jezik hsb:Šwedšćinahy:Շվեդերեն ia:Lingua svedese id:Bahasa Swedia ilo:Pagsasao a Suéko io:Suediana linguo is:Sænskaiu:ᔅᕗᓐᔅᑭᑐᑦjv:Basa Swédia ka:შვედური ენა kbd:Шуэцэбзэ kk:Швед тілі kl:Svenskisuutku:Zimanê swêdî kv:Свенска кыв kw:Swedek ky:Швед тили la:Lingua Suecica lbe:Швед маз li:Zweeds lij:Lengua svedeise lmo:Lengua svedesa lt:Švedų kalba lv:Zviedru valoda mdf:Шведонь кяль mg:Fiteny soedoa mhr:Швед йылме mi:Reo Huitene mk:Шведски јазик mn:Швед хэл mr:स्वीडिश भाषा ms:Bahasa Sweden myv:Шведэнь кель mzn:سوئدی nah:Sueciatlahtōlli nds-nl:Zweeds new:स्वीडिश भाषा nn:Svensk no:Svensk nrm:Suédouais oc:Suedés os:Шведаг æвзаг pa:ਸਵੀਡਿਸ਼ ਭਾਸ਼ਾpms:Lenga svedèisa pnb:سونسکاqu:Suwiri simi rm:Lingua svedaisasco:Swadish leid se:Ruoŧagiella sh:Švedski jezik simple:Swedish language sk:Švédčina sl:Švedščina sq:Gjuha suedeze sr:Шведски језик stq:Swedisk su:Basa Swédiasw:Kiswidi szl:Szwedzko godka ta:சுவீடிய மொழி tg:Забони шведӣ th:ภาษาสวีเดน tr:İsveççe tt:Швед теле ug:شۋېتسىيە تىلى uk:Шведська мова ur:سونسکا vec:Łéngua svedexe vep:Ročin kel' vi:Tiếng Thụy Điển xmf:შვედური ნინა yi:שוועדיש yo:Èdè Sweden zea:Zweedszh-min-nan:Sverige-gí zu:IsiSwidishi

Varianten

Handelingen

Docents

In andere talen

other sites