WERK IN UITVOERING
aan deze pagina wordt de komende dagen of uren nog druk gewerkt!!!
Algemene informatie
Geschiedenis
Uitspraak
Korte zinnen en uitdrukkingen
Een overzicht van de belangrijkste zinnen en uitdrukkingen. De volgorde is gebaseerd op de vermoedelijke frequentie van het gebruik ervan.
- Goeiedag
- Hello. (HE-llo)
- Hallo (informeel)
- Hi. (HAI)
- Hoe gaat het met je?
- How are you? (Hau ahr juh?)
- Goed, dank u.
- Fine, thank you. (FAIN, ssenk juh)
- Hoet heet je?
- What is your name? (WOT is juhr NEEM?)
- Mijn naam is______ .
- My name is ______ . (Mai NEEM is _____ .)
- Aangename kennismaking.
- Nice to meet you. (NAISS tu miet JUH)
- Alstublieft
- Please. (Plies)
- Bedankt
- Thank you. (SSENK juh)
- Ja
- Yes. (YESS)
- Nee
- No. (NOH)
- Excuseer.
- Excuse me. (Ex-Kjuhs mie) / I'm sorry. (Eim SSO-rie)
- Tot ziens
- Goodbye. (GOED-bei.)
- Ik spreek geen Engels
- I can't speak English. (AI kahnt spiek ING-lisch)
- Spreekt u Nederlands?
- Do you speak Dutch? (duh JOEH spiek DUTSJ?)
- Spreekt hier iemand Nederlands?
- Is there someone here who speaks Dutch? (ISS sehr SSAM-wan hier hoeh spieks Dutsj?)
- Help!
- Help! (HELP!)
- Voorzichtig!
- Look out! (loeck AUT!)
- Goeiemorgen
- Good morning. (gud MORN-ing)
- Goeienavond
- Good evening. (gud IEF(E)-ning)
- Goeienacht.
- Good night. (gud NAID)
- Slaapwel
- Good night. (gud NAID)
- Ik begrijp het niet
- I don't understand. (Ai dohnt ANN-der-STEND)
- Waar is de WC?
- Where is the toilet? (WEHR iss se TOY-lett?)
Bij problemen
- Laat me met rust.
- Leave me alone. (LIEF mie ALOHN)
- Raak me niet aan!
- Don't touch me! (DOHNT tatsch mie!)
- Ik bel de politie.
- I'll call the police. (Eil KOL se poh-LIES)
- Politie!
- Police! (poh-LIES)
- Stop de dief!
- Stop! Thief! (stop! SSief!)
- Ik heb hulp nodig.
- I need your help. (Ai NIED juhr HELP)
- Dit is een noodgeval.
- It's an emergency. (itz een i-MUR-dschenn-ssi)
- Ik ben verdwaald.
- I'm lost. (Eim LOST)
- Ik ben mijn (rug)zak verloren.
- I lost my bag. (Ai lost mai behg)
- Ik ben mijn portefeuille verloren.
- I lost my wallet. (Ai lost mai WOLLet)
- Ik ben ziek.
- I'm sick. (Eim SICK.)
- Ik ben gewond.
- I've been injured. (Aif bihn in-DSCHUR't.)
- Ik heb een dokter nodig.
- I need a doctor. (Ai NIED a DOCK-ter)
- Mag ik je telefoon gebruiken?
- Can I use your phone? (Kenn ai juhs juhr FOHNN?)
Tellen
- 1
- one (wann)
- 2
- two (tuh)
- 3
- three (SSrieh)
- 4
- four (fohr)
- 5
- five (feihf)
- 6
- six (six)
- 7
- seven (sewen)
- 8
- eight (ait)
- 9
- nine (nein)
- 10
- ten (tenn)
- 11
- eleven (iLEWen)
- 12
- twelve (twehlw)
- 13
- thirteen (SSuRtien)
- 14
- fourteen (FOHRtien)
- 15
- fifteen (FIFFtien)
- 16
- sixteen (SIXtien)
- 17
- seventeen (SEWENtien)
- 18
- eighteen (AITtien)
- 19
- nineteen (NEINtien)
- 20
- twenty (twentie)
- 21
- twenty one (twentieWANN)
- 22
- twenty two (twentieTUH)
- 23
- twenty three (twentieSSRIEH)
- 30
- thirty (SSurtie)
- 40
- forty (fohrtie)
- 50
- fifty (fifftie)
- 60
- sixty (sixtie)
- 70
- seventy (sewentie)
- 80
- eighty (aitie)
- 90
- ninety (naintie)
- 100
- one hundred (WANN hanndrud)
- 200
- two hundred (TUH hanndrud)
- 300
- three hundred (SSRIEH hanndrud)
- 1000
- one thousand (WANN SSAUsund)
- 2000
- two thousand (TUH SSAUsund)
- 1,000,000
- one million (WANN mill-jenn)
- 1,000,000,000
- one thousand million in het Verenigd Koninkrijk (WANN SSAUsund mill-jenn), one billion (WANN bill-jenn) in de Verenigde Staten
- 1,000,000,000,000
- one billion (WANN bill-jenn) in het VK, one trillion (WANN trill-jenn) in de USA
- Line _____ (Trein, Bus, enz...)
- number _____ (Nummbar) : route _____ (rawt)
- Halte
- half (hahf)
- Minder
- less (less)
- Meer
- more (mohr)
Tijdsaanduiding
- nu
- now (nau)
- later
- later (leey-ter)
- eerder
- before (bi-for)
- (de) ochtend
- morning (morning)
- namiddag
- afternoon (afternuhn)
- avond
- evening (iwening)
- nacht
- night (neit)
- vandaag
- today (tuh-dey)
- gisteren
- yesterday (jesster-dey)
- morgen
- tomorrow (tuh-morro)
- deze week
- this week (SSis wiek)
- vorige week
- last week (lahst wiek)
- volgende week
- next week (next wiek)
- één uur 's nachts
- one o'clock AM (...)
- twee uur 's nachts
- two o'clock AM (...)
- middag
- noon (noehn)
- één uur in de namiddag
- one o'clock PM (...)
- twee uur in de namiddag
- two o'clock PM (...)
- middernacht
- midnight (mitneit)
- halfnegen
- half past eight (...)
- _____ minu(u)t(en)
- _____ minute(s) (...)
- _____ u(u)r(en)
- _____ hour(s) (...)
- _____ dag(en)
- _____ day(s) (...)
- _____ week(en)
- _____ week(s) (...)
- _____ maand(en)
- _____ month(s) (...)
- _____ jaar(en)
- _____ year(s) (...)
Dagen
- zondag
- Sunday (...)
- maandag
- Monday (...)
- dinsdag
- Tuesday (...)
- woensdag
- Wednesday (...)
- donderdag
- Thursday (...)
- vrijdag
- Friday (...)
- zaterdag
- Saturday (...)
Maanden
- januari
- January (...)
- februari
- February (...)
- maart
- March (...)
- april
- April (...)
- mei
- May (...)
- juni
- June (...)
- juli
- July (...)
- augustus
- August (...)
- september
- September (...)
- oktober
- October (...)
- november
- November (...)
- december
- December (...)
Kleuren
- zwart
- black (...)
- wit
- white (...)
- grijs ; rot
- red (...)
- blauw
- blue (...)
- geel
- yellow (...)
- groen
- green (...)
- oranje
- orange (...)
- paars
- purple (...)
- bruin
- brown (...)
Verkeer
Trein en bus
- Hoeveel kost een ticket naar _____?
- How much is a ticket to _____? (...)
- Een ticket naar _____, alstublieft.
- One ticket to _____, please. (...)
- Waar gaat deze trein/bus naartoe?
- Where does this train/bus go? (...)
- Stopt deze trein/bus in _____?
- Does this train/bus stop in _____? (...)
- Wanneer rijdt de trein/bus naar_____ ?
- When does the train/bus for _____ leave? (...)
- Wanneer zal deze tein/bus in _____aankomen?
- When will this train/bus arrive in _____? (...)
Richting
- Hoe kom ik _____ ?
- How do I get to _____ ? (...)
- ...het treinstation?
- ...the train station? (...)
- ...de bushalte?
- ...the bus station? (...)
- ...de luchthaven?
- ...the airport? (...)
- ...het stadscentrum?
- ...downtown? (...)
- ...de jeugdherberg?
- ...the youth hostel? (...)
- ...het_____ hotel?
- ...the _____ hotel? (...)
- ...het Nederlandse/Belgische/Surinaamse consulaat?
- ...the Dutch/Belgian/Surinamese consulate? (...)
- Waar zijn er veel...
- Where are there a lot of... (...)
- ...hotels?
- ...hotels? (...)
- ...restaurants?
- ...restaurants? (...)
- ...bars?
- ...bars? (...)
- ...bezienswaardigheden?
- ...sights to see? (...)
- Kunt u dit even op de kaart tonen?
- Can you show me on the map? (...)
- Straat
- street (...)
- Naar links draaien.
- Turn left. (...)
- Naar rechts draaien.
- Turn right. (...)
- links
- left (...)
- rechts
- right (...)
- rechtdoor
- straight ahead (...)
- volgen _____
- towards the _____ (...)
- naast de_____
- past the _____ (...)
- voor de _____
- before the _____ (...)
- noorden
- north (...)
- zuiden
- south (...)
- oosten
- east (...)
- westen
- west (...)
- bergop
- uphill (...)
- bergaf
- downhill (...)
Taxi
- Taxi!
- Taxi! (...)
- Breng me naar _____, alstublieft.
- Take me to _____, please. (...)
- Hoeveel kost het om naar _____te rijden?
- How much does it cost to get to _____? (...)
- Breng me naar daar, alstublieft.
- Take me there, please. (...)
Slapen
- Zijn er nog kamers beschikbaar?
- Do you have any rooms available? (...)
- Hoeveel kost een kamer voor één persoon/twee personen?
- How much is a room for one person/two people? (...)
- Heeft de kamer...
- Does the room come with... (...)
- ...een badkamer?
- ...a bathroom? (...)
- ...een Telefoon?
- ...a telephone? (...)
- ...een TV?
- ...a TV? (...)
- Mag ik de kamer eerst even zien?
- May I see the room first? (...)
- Hebt u ook iets rustiger?
- Do you have anything quieter? (...)
- ...groter?
- ...bigger? (...)
- ...schoner?
- ...cleaner? (...)
- ...goedkopers?
- ...cheaper? (...)
- OK, ik neem ze.
- OK, I'll take it. (...)
- Ik blijf _____ nacht/nachten.
- I will stay for _____ night(s). (...)
- Kunt u mij een ander hotel aanbevelen?
- Can you suggest another hotel? (...)
- Heeft u een kluis/safe?
- Do you have a safe? (...)
- ...kastjes?
- ...lockers? (...)
- Is het ontbijt inbegrepen?
- Is breakfast included? (...)
- Om hoe laat is het ontbijt?
- What time is breakfast? (...)
- Reinig de kamer, alstublieft.
- Please clean my room. (...)
- Kunt u me wekken om _____?
- Can you wake me at _____? (...)
- Ik wil uitchecken.
- I want to check out. (...)
Geld
- Accepteert u Euro's?
- ... (...)
- Accepteert u kredietkaarten?
- ... (...)
- Kunt u geld voor mij wisselen?
- ... (...)
- Waar kan ik geld wisselen?
- ... (...)
- Kunt u traveler checques wisselen?
- ... (...)
- Waar kan ik traveler checques wisselen?
- ... (...)
- Wat is de wisselkoers?
- ... (...)
- Waar is er een geldautomaat?
- ... (...)
Eten
- Een tafel voor één persoon/twee personen, alstublieft.
- ... (...)
- Mogen we de kaart, alstublieft?
- ... (...)
- Mogen we de keuken zien?
- ... (...)
- Wat is de specialiteit van het huis?
- ... (...)
- Is er een streekgerecht?
- ... (...)
- Ik ben vegetariër.
- ... (...)
- Ik eet geen varkensvlees.
- ... (...)
- Ik eet geen rundsvlees.
- ... (...)
- Ik mag alleen koosjer eten.
- ... (...)
- a la carte
- ... (...)
- ontbijt
- ... (...)
- lunch
- ... (...)
- thee
- ... (...)
- avondmaal, diner
- ... (...)
- Ik zou graag _____willen.
- ... (...)
- kip
- ... (...)
- rund
- ... (...)
- vis
- ... (...)
- ham
- ... (...)
- worst
- ... (...)
- kaase
- ... (...)
- eieren
- ... (...)
- salade
- ... (...)
- (verse) groenten
- ... (...)
- (vers) fruit
- ... (...)
- brood
- ... (...)
- Toast
- ... (...)
- noedels
- ... (...)
- pasta
- ... (...)
- rijst
- ... (...)
- bonen
- ... (...)
- Mag ik een glas _____?
- ... (...)
- Mag ik een kopje _____?
- ... (...)
- Mag ik een fles _____?
- ... (...)
- koffie
- ... (...)
- thee
- ... (...)
- sap
- ... (...)
- water
- ... (...)
- bier
- ... (...)
- rode/witte wijn
- ... (...)
- Mag ik het/de _____?
- ... (...)
- zout
- ... (...)
- (zwarte) peper
- ... (...)
- boter
- ... (...)
- ober? (getting attention of server)
- ... (...)
- Ik ben klaar.
- ... (...)
- Het was heerlijk.
- ... (...)
- De rekening, alstublieft.
- ... (...)
Uitgaan
- Schenkt u alcohol?
- ... (...)
- Een biertje/twee biertjes, alstublieft
- ... (...)
- Een glas rode/witte wijn, alstublieft.
- ... (...)
- Een glas, alstublieft.
- ... (...)
- Een halve liter, alstublieft.
- ... (...)
- Een fles, alstublieft.
- ... (...)
- whisky
- ... (...)
- vodka
- ... (...)
- rum
- ... (...)
- water
- ... (...)
- sinaasappelsap
- ... (...)
- cola
- ... (...)
- Nog eentje, alstublieft.
- ... (...)
- Nog een rondje, alstublieft.
- ... (...)
- Wanneer is het sluitingsuur?
- ... (...)
Kopen
- Hebt u dit ook in mijn maat?
- ... (...)
- Hoeveel kost dat?
- ... (...)
- Dat is te duur.
- ... (...)
- duur
- ... (...)
- goedkoop
- ... (...)
- Dat kan ik mij niet veroorloven.
- ... (...)
- Ik wil het niet.
- ... (...)
- U bedriegt me.
- ... (...)
- Ik ben niet geinteresseerd
- ... (...)
- OK, ik neem het.
- ... (...)
- Ik heb... nodig
- ... (...)
- ...tandpasta.
- ... (...)
- ...een tandenborstel.
- ... (...)
- ...tampons.
- ... (...)
- ...zeep.
- ... (...)
- ...shampoo.
- ... (...)
- ...een scheerapparaat.
- ... (...)
- ...een regenscherm/paraplu.
- ... (...)
- ...zonnemelk.
- ... (...)
- ...een postkaart.
- ... (...)
- ...postzegels.
- ... (...)
- ...batterijen.
- ... (...)
- ...schrijfpapier.
- ... (...)
- ...een pen.
- ... (...)
- ...een Nederlandstalig tijdschrift.
- ... (...)
- ...een Nederlandstalige krant.
- ... (...)
- ...een Engels-X woordenboek.
- ... (...)
Rijden
- Kan ik een auto huren?
- ... (...)
- Kan ik een verzekering afsluiten?
- ... (...)
- STOP
- ... (...)
- eénrichtingsstraat
- ... (...)
- parkeerverbod
- ... (...)
- snelheidslimiet
- ... (...)
- tankstation
- ... (...)
- benzine
- ... (...)
- diesel
- ... (...)
- Ik heb niets verkeerds gedaan.
- ... (...)
- Het was een misverstand.
- ... (...)
- Waar brengt u me heen?
- ... (...)
- Ben ik gearresteerd?
- ... (...)
- Ik ben een Nederlands/Belgisch/Surinaams staatsburger.
- ... (...)
- Ik wil een advocaat spreken.
- ... (...)
- Kan ik nu niet gewoon een boete betalen?
- ... (...)
Externe links
Referenties
|
|