Doe mee en deel je reiskennis!

Taalgids Perzisch

Uit Wikitravel
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit artikel is een gids-artikel. Het is in wezen compleet en bruikbaar voor de gemiddelde reiziger. Er zijn nog een aantal imperfecties, dit artikel kan een sterartikel worden, door erin te duiken en het uit te breiden!

Algemene informatie

Geschiedenis

Uitspraak

Korte zinnen en uitdrukkingen

Een overzicht van de belangrijkste zinnen en uitdrukkingen. De volgorde is gebaseerd op de vermoedelijke frequentie van het gebruik ervan.

Goeiedag 
Hello. (HE-llo)
Hallo (informeel
Hi. (HAI)
Hoe gaat het met je? 
How are you? (Hau ahr juh?)
Goed, dank u. 
Fine, thank you. (FAIN, ssenk juh)
Hoet heet je? 
What is your name? (WOT is juhr NEEM?)
Mijn naam is______ . 
My name is ______ . (Mai NEEM is _____ .)
Aangename kennismaking. 
Nice to meet you. (NAISS tu miet JUH)
Alstublieft 
Please. (Plies)
Bedankt 
Thank you. (SSENK juh)
Ja 
Yes. (YESS)
Nee 
No. (NOH)
Excuseer. 
Excuse me. (Ex-Kjuhs mie) / I'm sorry. (Eim SSO-rie)
Tot ziens 
Goodbye. (GOED-bei.)
Ik spreek geen Engels 
I can't speak English. (AI kahnt spiek ING-lisch)
Spreekt u Nederlands? 
Do you speak Dutch? (duh JOEH spiek DUTSJ?)
Spreekt hier iemand Nederlands? 
Is there someone here who speaks Dutch? (ISS sehr SSAM-wan hier hoeh spieks Dutsj?)
Help! 
Help! (HELP!)
Voorzichtig! 
Look out! (loeck AUT!)
Goeiemorgen 
Good morning. (gud MORN-ing)
Goeienavond 
Good evening. (gud IEF(E)-ning)
Goeienacht. 
Good night. (gud NAID)
Slaapwel 
Good night. (gud NAID)
Ik begrijp het niet 
I don't understand. (Ai dohnt ANN-der-STEND)
Waar is de WC? 
Where is the toilet? (WEHR iss se TOY-lett?)

Bij problemen

Laat me met rust. 
Leave me alone. (LIEF mie ALOHN)
Raak me niet aan! 
Don't touch me! (DOHNT tatsch mie!)
Ik bel de politie. 
I'll call the police. (Eil KOL se poh-LIES)
Politie! 
Police! (poh-LIES)
Stop de dief! 
Stop! Thief! (stop! SSief!)
Ik heb hulp nodig. 
I need your help. (Ai NIED juhr HELP)
Dit is een noodgeval. 
It's an emergency. (itz een i-MUR-dschenn-ssi)
Ik ben verdwaald. 
I'm lost. (Eim LOST)
Ik ben mijn (rug)zak verloren. 
I lost my bag. (Ai lost mai behg)
Ik ben mijn portefeuille verloren. 
I lost my wallet. (Ai lost mai WOLLet)
Ik ben ziek. 
I'm sick. (Eim SICK.)
Ik ben gewond. 
I've been injured. (Aif bihn in-DSCHUR't.)
Ik heb een dokter nodig. 
I need a doctor. (Ai NIED a DOCK-ter)
Mag ik je telefoon gebruiken? 
Can I use your phone? (Kenn ai juhs juhr FOHNN?)


Tellen

one (wann)
two (tuh)
three (SSrieh)
four (fohr)
five (feihf)
six (six)
seven (sewen)
eight (ait)
nine (nein)
10 
ten (tenn)
11 
eleven (iLEWen)
12 
twelve (twehlw)
13 
thirteen (SSuRtien)
14 
fourteen (FOHRtien)
15 
fifteen (FIFFtien)
16 
sixteen (SIXtien)
17 
seventeen (SEWENtien)
18 
eighteen (AITtien)
19 
nineteen (NEINtien)
20 
twenty (twentie)
21 
twenty one (twentieWANN)
22 
twenty two (twentieTUH)
23 
twenty three (twentieSSRIEH)
30 
thirty (SSurtie)
40 
forty (fohrtie)
50 
fifty (fifftie)
60 
sixty (sixtie)
70 
seventy (sewentie)
80 
eighty (aitie)
90 
ninety (naintie)
100 
one hundred (WANN hanndrud)
200 
two hundred (TUH hanndrud)
300 
three hundred (SSRIEH hanndrud)
1000 
one thousand (WANN SSAUsund)
2000 
two thousand (TUH SSAUsund)
1,000,000 
one million (WANN mill-jenn)
1,000,000,000 
one thousand million in het Verenigd Koninkrijk (WANN SSAUsund mill-jenn), one billion (WANN bill-jenn) in de Verenigde Staten
1,000,000,000,000 
one billion (WANN bill-jenn) in het VK, one trillion (WANN trill-jenn) in de USA
Line _____ (Trein, Bus, enz...
number _____ (Nummbar) : route _____ (rawt)
Halte 
half (hahf)
Minder 
less (less)
Meer 
more (mohr)

Tijdsaanduiding

nu 
now (nau)
later 
later (leey-ter)
eerder 
before (bi-for)
(de) ochtend 
morning (morning)
namiddag 
afternoon (afternuhn)
avond
evening (iwening)
nacht 
night (neit)
vandaag 
today (tuh-dey)
gisteren 
yesterday (jesster-dey)
morgen 
tomorrow (tuh-morro)
deze week 
this week (SSis wiek)
vorige week 
last week (lahst wiek)
volgende week 
next week (next wiek)
één uur 's nachts
one o'clock AM (...)
twee uur 's nachts 
two o'clock AM (...)
middag
noon (noehn)
één uur in de namiddag 
one o'clock PM (...)
twee uur in de namiddag 
two o'clock PM (...)
middernacht 
midnight (mitneit)
halfnegen 
half past eight (...)
_____ minu(u)t(en) 
_____ minute(s) (...)
_____ u(u)r(en) 
_____ hour(s) (...)
_____ dag(en) 
_____ day(s) (...)
_____ week(en) 
_____ week(s) (...)
_____ maand(en) 
_____ month(s) (...)
_____ jaar(en) 
_____ year(s) (...)

Dagen

zondag 
Sunday (...)
maandag 
Monday (...)
dinsdag 
Tuesday (...)
woensdag 
Wednesday (...)
donderdag 
Thursday (...)
vrijdag 
Friday (...)
zaterdag 
Saturday (...)

Maanden

januari 
January (...)
februari 
February (...)
maart 
March (...)
april 
April (...)
mei 
May (...)
juni 
June (...)
juli 
July (...)
augustus 
August (...)
september 
September (...)
oktober 
October (...)
november 
November (...)
december 
December (...)

Kleuren

zwart 
black (...)
wit 
white (...)
grijs ; rot 
red (...)
blauw 
blue (...)
geel 
yellow (...)
groen 
green (...)
oranje 
orange (...)
paars 
purple (...)
bruin 
brown (...)

Verkeer

Trein en bus

Hoeveel kost een ticket naar _____? 
How much is a ticket to _____? (...)
Een ticket naar _____, alstublieft. 
One ticket to _____, please. (...)
Waar gaat deze trein/bus naartoe? 
Where does this train/bus go? (...)
Stopt deze trein/bus in _____? 
Does this train/bus stop in _____? (...)
Wanneer rijdt de trein/bus naar_____ ? 
When does the train/bus for _____ leave? (...)
Wanneer zal deze tein/bus in _____aankomen? 
When will this train/bus arrive in _____? (...)

Richting

Hoe kom ik _____ ? 
How do I get to _____ ? (...)
...het treinstation? 
...the train station? (...)
...de bushalte? 
...the bus station? (...)
...de luchthaven? 
...the airport? (...)
...het stadscentrum? 
...downtown? (...)
...de jeugdherberg? 
...the youth hostel? (...)
...het_____ hotel? 
...the _____ hotel? (...)
...het Nederlandse/Belgische/Surinaamse consulaat? 
...the Dutch/Belgian/Surinamese consulate? (...)
Waar zijn er veel... 
Where are there a lot of... (...)
...hotels? 
...hotels? (...)
...restaurants? 
...restaurants? (...)
...bars? 
...bars? (...)
...bezienswaardigheden? 
...sights to see? (...)
Kunt u dit even op de kaart tonen? 
Can you show me on the map? (...)
Straat 
street (...)
Naar links draaien. 
Turn left. (...)
Naar rechts draaien. 
Turn right. (...)
links 
left (...)
rechts 
right (...)
rechtdoor 
straight ahead (...)
volgen _____ 
towards the _____ (...)
naast de_____ 
past the _____ (...)
voor de _____ 
before the _____ (...)
noorden 
north (...)
zuiden 
south (...)
oosten 
east (...)
westen 
west (...)
bergop
uphill (...)
bergaf
downhill (...)

Taxi

Taxi! 
Taxi! (...)
Breng me naar _____, alstublieft. 
Take me to _____, please. (...)
Hoeveel kost het om naar _____te rijden? 
How much does it cost to get to _____? (...)
Breng me naar daar, alstublieft. 
Take me there, please. (...)

Slapen

Zijn er nog kamers beschikbaar? 
Do you have any rooms available? (...)
Hoeveel kost een kamer voor één persoon/twee personen? 
How much is a room for one person/two people? (...)
Heeft de kamer... 
Does the room come with... (...)
...een badkamer? 
...a bathroom? (...)
...een Telefoon? 
...a telephone? (...)
...een TV? 
...a TV? (...)
Mag ik de kamer eerst even zien? 
May I see the room first? (...)
Hebt u ook iets rustiger? 
Do you have anything quieter? (...)
...groter? 
...bigger? (...)
...schoner? 
...cleaner? (...)
...goedkopers? 
...cheaper? (...)
OK, ik neem ze. 
OK, I'll take it. (...)
Ik blijf _____ nacht/nachten. 
I will stay for _____ night(s). (...)
Kunt u mij een ander hotel aanbevelen? 
Can you suggest another hotel? (...)
Heeft u een kluis/safe? 
Do you have a safe? (...)
...kastjes? 
...lockers? (...)
Is het ontbijt inbegrepen? 
Is breakfast included? (...)
Om hoe laat is het ontbijt? 
What time is breakfast? (...)
Reinig de kamer, alstublieft. 
Please clean my room. (...)
Kunt u me wekken om _____? 
Can you wake me at _____? (...)
Ik wil uitchecken. 
I want to check out. (...)

Geld

Accepteert u Euro's? 
Do you accept Euros? (JU-rohs)
Accepteert u kredietkaarten? 
Do you accept credit cards? (...)
Kunt u geld voor mij wisselen? 
Can you change money for me? (...)
Waar kan ik geld wisselen? 
Where can I get money changed? (...)
Kunt u traveler checques wisselen? 
Can you change a traveler's check (USA)/cheque (UK) for me? (...)
Waar kan ik traveler checques wisselen? 
Where can I get a traveler's check changed? (...)
Wat is de wisselkoers? 
What is the exchange rate? (...)
Waar is er een geldautomaat? 
Where is an automatic teller machine (ATM) (Amerik.) / cash dispenser (Brit.)? (...)

Eten

Een tafel voor één persoon/twee personen, alstublieft. 
... (...)
Mogen we de kaart, alstublieft? 
... (...)
Mogen we de keuken zien? 
... (...)
Wat is de specialiteit van het huis? 
... (...)
Is er een streekgerecht? 
... (...)
Ik ben vegetariër. 
... (...)
Ik eet geen varkensvlees. 
... (...)
Ik eet geen rundsvlees. 
... (...)
Ik mag alleen koosjer eten. 
... (...)
a la carte 
... (...)
ontbijt 
... (...)
lunch 
... (...)
thee
... (...)
avondmaal, diner 
... (...)
Ik zou graag _____willen. 
... (...)
kip
... (...)
rund 
... (...)
vis
... (...)
ham 
... (...)
worst 
... (...)
kaase 
... (...)
eieren 
... (...)
salade 
... (...)
(verse) groenten 
... (...)
(vers) fruit
... (...)
brood 
... (...)
Toast 
... (...)
noedels 
... (...)
pasta 
... (...)
rijst 
... (...)
bonen 
... (...)
Mag ik een glas _____? 
... (...)
Mag ik een kopje _____? 
... (...)
Mag ik een fles _____? 
... (...)
koffie 
... (...)
thee 
... (...)
sap 
... (...)
water 
... (...)
bier 
... (...)
rode/witte wijn 
... (...)
Mag ik het/de _____? 
... (...)
zout 
... (...)
(zwarte) peper 
... (...)
boter 
... (...)
ober? (getting attention of server)
... (...)
Ik ben klaar. 
... (...)
Het was heerlijk. 
... (...)
De rekening, alstublieft. 
... (...)

Uitgaan

Schenkt u alcohol? 
... (...)
Een biertje/twee biertjes, alstublieft
... (...)
Een glas rode/witte wijn, alstublieft. 
... (...)
Een glas, alstublieft. 
... (...)
Een halve liter, alstublieft. 
... (...)
Een fles, alstublieft. 
... (...)
whisky 
... (...)
vodka 
... (...)
rum 
... (...)
water 
... (...)
sinaasappelsap
... (...)
cola 
... (...)
Nog eentje, alstublieft. 
... (...)
Nog een rondje, alstublieft. 
... (...)
Wanneer is het sluitingsuur? 
... (...)

Kopen

Hebt u dit ook in mijn maat? 
... (...)
Hoeveel kost dat? 
... (...)
Dat is te duur. 
... (...)
duur 
... (...)
goedkoop 
... (...)
Dat kan ik mij niet veroorloven. 
... (...)
Ik wil het niet. 
... (...)
U bedriegt me. 
... (...)
Ik ben niet geinteresseerd 
... (...)
OK, ik neem het. 
... (...)
Ik heb... nodig 
... (...)
...tandpasta. 
... (...)
...een tandenborstel. 
... (...)
...tampons. 
... (...)
...zeep. 
... (...)
...shampoo. 
... (...)
...een scheerapparaat. 
... (...)
...een regenscherm/paraplu. 
... (...)
...zonnemelk. 
... (...)
...een postkaart. 
... (...)
...postzegels. 
... (...)
...batterijen. 
... (...)
...schrijfpapier. 
... (...)
...een pen. 
... (...)
...een Nederlandstalig tijdschrift. 
... (...)
...een Nederlandstalige krant. 
... (...)
...een Engels-X woordenboek. 
... (...)

Rijden

Kan ik een auto huren? 
... (...)
Kan ik een verzekering afsluiten? 
... (...)
STOP  
... (...)
eénrichtingsstraat 
... (...)
parkeerverbod
... (...)
snelheidslimiet
... (...)
tankstation
... (...)
benzine
... (...)
diesel 
... (...)

Extra

Ik heb niets verkeerds gedaan. 
... (...)
Het was een misverstand. 
... (...)
Waar brengt u me heen? 
... (...)
Ben ik gearresteerd? 
... (...)
Ik ben een Nederlands/Belgisch/Surinaams staatsburger. 
... (...)
Ik wil een advocaat spreken. 
... (...)
Kan ik nu niet gewoon een boete betalen? 
... (...)

Externe links

Referenties

Varianten

Handelingen

Docents

In andere talen