Algemene informatie
Geschiedenis
Uitspraak
Korte zinnen en uitdrukkingen
Een overzicht van de belangrijkste zinnen en uitdrukkingen. De volgorde is gebaseerd op de vermoedelijke frequentie van het gebruik ervan.
Goeiedag Hello. (HE-llo )
Hallo (informeel ) Hi. (HAI )
Hoe gaat het met je? How are you? (Hau ahr juh? )
Goed, dank u. Fine, thank you. (FAIN, ssenk juh )
Hoet heet je? What is your name? (WOT is juhr NEEM? )
Mijn naam is______ . My name is ______ . (Mai NEEM is _____ . )
Aangename kennismaking. Nice to meet you. (NAISS tu miet JUH )
Alstublieft Please. (Plies )
Bedankt Thank you. (SSENK juh )
Ja Yes. (YESS )
Nee No. (NOH )
Excuseer. Excuse me. (Ex-Kjuhs mie ) / I'm sorry. (Eim SSO-rie )
Tot ziens Goodbye. (GOED-bei. )
Ik spreek geen Engels I can't speak English. (AI kahnt spiek ING-lisch )
Spreekt u Nederlands? Do you speak Dutch? (duh JOEH spiek DUTSJ? )
Spreekt hier iemand Nederlands? Is there someone here who speaks Dutch? (ISS sehr SSAM-wan hier hoeh spieks Dutsj? )
Help! Help! (HELP! )
Voorzichtig! Look out! (loeck AUT! )
Goeiemorgen Good morning. (gud MORN-ing )
Goeienavond Good evening. (gud IEF(E)-ning )
Goeienacht. Good night. (gud NAID )
Slaapwel Good night. (gud NAID )
Ik begrijp het niet I don't understand. (Ai dohnt ANN-der-STEND )
Waar is de WC? Where is the toilet? (WEHR iss se TOY-lett? )
Bij problemen
Laat me met rust. Leave me alone. (LIEF mie ALOHN )
Raak me niet aan! Don't touch me! (DOHNT tatsch mie! )
Ik bel de politie. I'll call the police. (Eil KOL se poh-LIES )
Politie! Police! (poh-LIES )
Stop de dief! Stop! Thief! (stop! SSief! )
Ik heb hulp nodig. I need your help. (Ai NIED juhr HELP )
Dit is een noodgeval. It's an emergency. (itz een i-MUR-dschenn-ssi )
Ik ben verdwaald. I'm lost. (Eim LOST )
Ik ben mijn (rug)zak verloren. I lost my bag. (Ai lost mai behg )
Ik ben mijn portefeuille verloren. I lost my wallet. (Ai lost mai WOLLet )
Ik ben ziek. I'm sick. (Eim SICK. )
Ik ben gewond. I've been injured. (Aif bihn in-DSCHUR't. )
Ik heb een dokter nodig. I need a doctor. (Ai NIED a DOCK-ter )
Mag ik je telefoon gebruiken? Can I use your phone? (Kenn ai juhs juhr FOHNN? )
Tellen
1 one (wann )
2 two (tuh )
3 three (SSrieh )
4 four (fohr )
5 five (feihf )
6 six (six )
7 seven (sewen )
8 eight (ait )
9 nine (nein )
10 ten (tenn )
11 eleven (iLEWen )
12 twelve (twehlw )
13 thirteen (SSuRtien )
14 fourteen (FOHRtien )
15 fifteen (FIFFtien )
16 sixteen (SIXtien )
17 seventeen (SEWENtien )
18 eighteen (AITtien )
19 nineteen (NEINtien )
20 twenty (twentie )
21 twenty one (twentieWANN )
22 twenty two (twentieTUH )
23 twenty three (twentieSSRIEH )
30 thirty (SSurtie )
40 forty (fohrtie )
50 fifty (fifftie )
60 sixty (sixtie )
70 seventy (sewentie )
80 eighty (aitie )
90 ninety (naintie )
100 one hundred (WANN hanndrud )
200 two hundred (TUH hanndrud )
300 three hundred (SSRIEH hanndrud )
1000 one thousand (WANN SSAUsund )
2000 two thousand (TUH SSAUsund )
1,000,000 one million (WANN mill-jenn )
1,000,000,000 one thousand million in het Verenigd Koninkrijk (WANN SSAUsund mill-jenn ), one billion (WANN bill-jenn ) in de Verenigde Staten
1,000,000,000,000 one billion (WANN bill-jenn ) in het VK, one trillion (WANN trill-jenn ) in de USA
Line _____ (Trein, Bus, enz... ) number _____ (Nummbar ) : route _____ (rawt )
Halte half (hahf )
Minder less (less )
Meer more (mohr )
Tijdsaanduiding
nu now (nau )
later later (leey-ter )
eerder before (bi-for )
(de) ochtend morning (morning )
namiddag afternoon (afternuhn )
avond evening (iwening )
nacht night (neit )
vandaag today (tuh-dey )
gisteren yesterday (jesster-dey )
morgen tomorrow (tuh-morro )
deze week this week (SSis wiek )
vorige week last week (lahst wiek )
volgende week next week (next wiek )
één uur 's nachts one o'clock AM (... )
twee uur 's nachts two o'clock AM (... )
middag noon (noehn )
één uur in de namiddag one o'clock PM (... )
twee uur in de namiddag two o'clock PM (... )
middernacht midnight (mitneit )
halfnegen half past eight (... )
_____ minu(u)t(en) _____ minute(s) (... )
_____ u(u)r(en) _____ hour(s) (... )
_____ dag(en) _____ day(s) (... )
_____ week(en) _____ week(s) (... )
_____ maand(en) _____ month(s) (... )
_____ jaar(en) _____ year(s) (... )
Dagen
zondag Sunday (... )
maandag Monday (... )
dinsdag Tuesday (... )
woensdag Wednesday (... )
donderdag Thursday (... )
vrijdag Friday (... )
zaterdag Saturday (... )
Maanden
januari January (... )
februari February (... )
maart March (... )
april April (... )
mei May (... )
juni June (... )
juli July (... )
augustus August (... )
september September (... )
oktober October (... )
november November (... )
december December (... )
Kleuren
zwart black (... )
wit white (... )
grijs ; rot red (... )
blauw blue (... )
geel yellow (... )
groen green (... )
oranje orange (... )
paars purple (... )
bruin brown (... )
Verkeer
Trein en bus
Hoeveel kost een ticket naar _____? How much is a ticket to _____? (... )
Een ticket naar _____, alstublieft. One ticket to _____, please. (... )
Waar gaat deze trein/bus naartoe? Where does this train/bus go? (... )
Stopt deze trein/bus in _____? Does this train/bus stop in _____? (... )
Wanneer rijdt de trein/bus naar_____ ? When does the train/bus for _____ leave? (... )
Wanneer zal deze tein/bus in _____aankomen? When will this train/bus arrive in _____? (... )
Richting
Hoe kom ik _____ ? How do I get to _____ ? (... )
...het treinstation? ...the train station? (... )
...de bushalte? ...the bus station? (... )
...de luchthaven? ...the airport? (... )
...het stadscentrum? ...downtown? (... )
...de jeugdherberg? ...the youth hostel? (... )
...het_____ hotel? ...the _____ hotel? (... )
...het Nederlandse/Belgische/Surinaamse consulaat? ...the Dutch/Belgian/Surinamese consulate? (... )
Waar zijn er veel... Where are there a lot of... (... )
...hotels? ...hotels? (... )
...restaurants? ...restaurants? (... )
...bars? ...bars? (... )
...bezienswaardigheden? ...sights to see? (... )
Kunt u dit even op de kaart tonen? Can you show me on the map? (... )
Straat street (... )
Naar links draaien. Turn left. (... )
Naar rechts draaien. Turn right. (... )
links left (... )
rechts right (... )
rechtdoor straight ahead (... )
volgen _____ towards the _____ (... )
naast de_____ past the _____ (... )
voor de _____ before the _____ (... )
noorden north (... )
zuiden south (... )
oosten east (... )
westen west (... )
bergop uphill (... )
bergaf downhill (... )
Taxi
Taxi! Taxi! (... )
Breng me naar _____, alstublieft. Take me to _____, please. (... )
Hoeveel kost het om naar _____te rijden? How much does it cost to get to _____? (... )
Breng me naar daar, alstublieft. Take me there, please. (... )
Slapen
Zijn er nog kamers beschikbaar? Do you have any rooms available? (... )
Hoeveel kost een kamer voor één persoon/twee personen? How much is a room for one person/two people? (... )
Heeft de kamer... Does the room come with... (... )
...een badkamer? ...a bathroom? (... )
...een Telefoon? ...a telephone? (... )
...een TV? ...a TV? (... )
Mag ik de kamer eerst even zien? May I see the room first? (... )
Hebt u ook iets rustiger? Do you have anything quieter? (... )
...groter? ...bigger? (... )
...schoner? ...cleaner? (... )
...goedkopers? ...cheaper? (... )
OK, ik neem ze. OK, I'll take it. (... )
Ik blijf _____ nacht/nachten. I will stay for _____ night(s). (... )
Kunt u mij een ander hotel aanbevelen? Can you suggest another hotel? (... )
Heeft u een kluis/safe? Do you have a safe? (... )
...kastjes? ...lockers? (... )
Is het ontbijt inbegrepen? Is breakfast included? (... )
Om hoe laat is het ontbijt? What time is breakfast? (... )
Reinig de kamer, alstublieft. Please clean my room. (... )
Kunt u me wekken om _____? Can you wake me at _____? (... )
Ik wil uitchecken. I want to check out. (... )
Geld
Accepteert u Euro's? Do you accept Euros? (JU-rohs )
Accepteert u kredietkaarten? Do you accept credit cards? (... )
Kunt u geld voor mij wisselen? Can you change money for me? (... )
Waar kan ik geld wisselen? Where can I get money changed? (... )
Kunt u traveler checques wisselen? Can you change a traveler's check (USA)/cheque (UK) for me? (... )
Waar kan ik traveler checques wisselen? Where can I get a traveler's check changed? (... )
Wat is de wisselkoers? What is the exchange rate? (... )
Waar is er een geldautomaat? Where is an automatic teller machine (ATM) (Amerik.) / cash dispenser (Brit.)? (... )
Eten
Een tafel voor één persoon/twee personen, alstublieft. A table for one person/two people, please. (... )
Mogen we de kaart, alstublieft? Can I look at the menu, please? (... )
Mogen we de keuken zien? Can I look in the kitchen? (... )
Wat is de specialiteit van het huis? Is there a house specialty? (... )
Is er een streekgerecht? Is there a local specialty? (... )
Ik ben vegetariër. I'm a vegetarian. (... )
Ik eet geen varkensvlees. I don't eat pork. (... )
Ik eet geen rundsvlees. I don't eat beef. (... )
Ik mag alleen koosjer eten. I only eat kosher food. (... )
a la carte a la carte (... )
ontbijt breakfast (... )
lunch lunch (... )
thee tea (... )
avondmaal, diner supper (... )Amerikaans = Dinner
Ik zou graag _____willen. I would like _____. (... )
kip chicken (... )
rund beef (... )
vis fish (... )
ham ham (... )
worst sausage (... )
kaase cheese (... )
eieren eggs (... )
salade salad (... )
(verse) groenten (fresh) vegetables (... )
(vers) fruit (fresh) fruit (... )
brood bread (... )
Toast toast (... )
noedels noodles (... )
pasta pasta (... )
rijst rice (... )
bonen beans (... )
Mag ik een glas _____? May I have a glass of _____? (... )
Mag ik een kopje _____? May I have a cup of _____? (... )
Mag ik een fles _____? May I have a bottle of _____? (... )
koffie coffee (... )
thee tea (... )
sap juice (... )
water water (... )
bier beer (... )
rode/witte wijn red/white wine (... )
Mag ik het/de _____? May I have some _____? (... )
zout salt (... )
(zwarte) peper black pepper (... )
boter butter (... )
ober? (getting attention of server ) Excuse me, waiter? (... )
Ik ben klaar. I'm finished. (... )
Het was heerlijk. It was delicious. (... )
De rekening, alstublieft. The check, please. (... ) (Am.)/ The bill, please/Can we pay, please (Brits)
Uitgaan
Schenkt u alcohol? ... (... )
Een biertje/twee biertjes, alstublieft ... (... )
Een glas rode/witte wijn, alstublieft. ... (... )
Een glas, alstublieft. ... (... )
Een halve liter, alstublieft. ... (... )
Een fles, alstublieft. ... (... )
whisky ... (... )
vodka ... (... )
rum ... (... )
water ... (... )
sinaasappelsap ... (... )
cola ... (... )
Nog eentje, alstublieft. ... (... )
Nog een rondje, alstublieft. ... (... )
Wanneer is het sluitingsuur? ... (... )
Kopen
Hebt u dit ook in mijn maat? ... (... )
Hoeveel kost dat? ... (... )
Dat is te duur. ... (... )
duur ... (... )
goedkoop ... (... )
Dat kan ik mij niet veroorloven. ... (... )
Ik wil het niet. ... (... )
U bedriegt me. ... (... )
Ik ben niet geinteresseerd ... (... )
OK, ik neem het. ... (... )
Ik heb... nodig ... (... )
...tandpasta. ... (... )
...een tandenborstel. ... (... )
...tampons. ... (... )
...zeep. ... (... )
...shampoo. ... (... )
...een scheerapparaat. ... (... )
...een regenscherm/paraplu. ... (... )
...zonnemelk. ... (... )
...een postkaart. ... (... )
...postzegels. ... (... )
...batterijen. ... (... )
...schrijfpapier. ... (... )
...een pen. ... (... )
...een Nederlandstalig tijdschrift. ... (... )
...een Nederlandstalige krant. ... (... )
...een Engels-X woordenboek. ... (... )
Rijden
Kan ik een auto huren? ... (... )
Kan ik een verzekering afsluiten? ... (... )
STOP ... (... )
eénrichtingsstraat ... (... )
parkeerverbod ... (... )
snelheidslimiet ... (... )
tankstation ... (... )
benzine ... (... )
diesel ... (... )
Ik heb niets verkeerds gedaan. ... (... )
Het was een misverstand. ... (... )
Waar brengt u me heen? ... (... )
Ben ik gearresteerd? ... (... )
Ik ben een Nederlands/Belgisch/Surinaams staatsburger. ... (... )
Ik wil een advocaat spreken. ... (... )
Kan ik nu niet gewoon een boete betalen? ... (... )
Externe links
Referenties