Wij zullen uit de lucht zijn voor gepland onderhoud op Woensdag 11 November @ 7.00 CET voor ongeveer 4 uur. We danken u voor uw geduld.
Taalgids Indonesisch
Van Wikitravel
| Dit artikel is een beginnetje En heeft aandacht nodig. Duik erin en help het groeien! |
[bewerken] Info
Het Indonesisch is de nationale taal van Indonesië en omdat daar naar schatting 230 miljoen mensen wonen is het daarmee een van de grotere talen in de wereld. Niet iedere inwoner van Indonesië spreekt de taal vanaf geboorte. Indonesië kent honderden regionale talen en het Indonesisch is dan ook voor veel mensen een tweede taal. Er zijn ook mensen die het Indonesisch helemaal niet machtig zijn, dit zijn veelal ouden van dagen die op het Javaanse platteland leven. Indonesisch wordt in Indonesië in het onderwijs gebruikt en onderwezen en het is ook de taal van de media.
Indonesisch is geen moeilijke taal. Voor Europeanen is het weliswaar lastiger dan bijvoorbeeld het Engels of het Duits, dit omdat het Indonesisch niet aan Europese talen verwant is. Echter, in vergelijking met talen als Chinees, Japans of Thai is het een stuk makkelijker te leren.
[bewerken] Klanken
Het Indonesisch kent de volgende klanken:
Klinkers: a, i, u {oe}, o, é en e (stomme e)
Medeklinkers: p, b, m, t, d, n, c {tj}, j {dj}, ny, k, g, ng, f, s, h, ch, sy, z, r, l, w
De f, sy, ch en z komen alleen in vreemde woorden voor.
[bewerken] Uitspraak
Het Indonesisch kent niet zoals b.v. het Nederlands verschil in lengte van klinkers. Alle klinkers worden met gelijkte lengte uitgesproken. Daardoor is de uitspraak ervan niet altijd conform die in het Nederlands.
De a klinkt ongeveer zoals in het Nederlandse woord bah!.
- kabar
- bericht
- rumah
- huis
- atap
- dak
De e kan op twee manieren worden uitgesproken. Ten eerste zoals in het Nederlandse woord rek:
- presiden
- president
- enteng
- opgelucht
of als zogenaamde stomme e zoals in het Nederlandse woord zagen.
- senang
- prettig
- menteri
- minister
De o ligt ongeveer tussen de Nederlandse oo en de o in.
- tolong
- helpen
- gosok
- wrijven
De i is korter dan onze ie
- titik
- punt
- sedikit
- een beetje
En de u wordt uitgesproken als de Nederlandse oe:
- tutup
- sluiten, gesloten
- sepupu
- neef
Tweeklanken als ai, au, oi klinken zoals in het Nederlands, behalve wanneer de laatste i aan het eind van een woord het achtervoegsel -i is.
- damai
- vrede
- danau
- meer (water)
maar:
- di-kena-i
- getroffen
in het laatste geval worden a en i gescheiden door de klank (glottisslag) die in het Nederlands vaak te horen is in het woord zo-even.
[bewerken] Woordstructuur
Het Indonesisch heeft een voorkeur voor woorden van het type medeklinker-klinker-medeklinker-klinker-medeklinker (MKMKM). Aan het begin van een woord vinden we vaak enkele medeklinkers; in de middenpositie ook wel dubbele medeklinkers waarvan de eerste een nasaal (m, n of ng) is.
Voorbeelden:
- lapar
- honger
- jalan
- reizen, weg
- makan
- eten
- tempat
- plaats
- tangan
- hand
- tongkat
- stok
[bewerken] Woordklassen
Het Indonesisch kent zelfstandige naamwoorden en werkwoorden. Simpele enkelvoudige werkwoorden kunnen ook als bijvoeglijke naamwoorden worden gebruikt. Verder zijn er ook telwoorden, voornaamwoorden, voorzetsels, bijwoorden en voegwoorden.
In tegenstelling tot veel Europese talen zijn Indonesische woordsoorten niet zo gemakkelijk herkenbaar. Een woord kan een zelfstandig naamwoord zijn, maar ook een werkwoord en er hetzelfde uitzien, zoals b.v. het woord jalan, dat zowel weg als lopen kan betekenen. Tot welke woordklasse een woord behoort wordt dan bepaald door de context waarin het zich bevindt.
[bewerken] Zelfstandige naamwoorden
Zelfstandige naamwoorden worden nogal eens vergezeld van een aanwijzend voornaamwoord:
- buku
- boek
- buku ini
- dit boek
of van een telwoord:
- dua buku
- twee boeken
- tiga orang
- drie mensen
[bewerken] Werkwoorden
[bewerken] Telwoorden
Telwoorden van nul tot en met tien:
- nol
- nul
- satu
- één
- dua
- twee
- tiga
- drie
- empat
- vier
- lima
- vijf
- enam
- zes
- tujuh
- zeven
- delapan
- acht
- sembilan
- negen
- sepuluh
- tien
De telwoorden van elf tot en met negentien worden gevormd door middel van het woord/achtervoegsel belas:
- sebelas
- elf
- dua belas
- twaalf
- tiga belas
- dertien
- empat belas
- veertien
- lima belas
- vijftien
- enam belas
- zestien
- tujuh belas
- zeventien
- delapan belas
- achttien
- sembilan belas
- negentien
Tientallen worden voorzien van het woord puluh:
- dua puluh
- twintig
- tiga puluh
- dertig
- empat puluh
- veertig
Enzovoort
Honderdtallen worden gekenmerkt door het woord ratus:
- seratus
- honderd
- dua ratus
- tweehonderd
- tiga ratus
- driehonderd
En duizendtallen gaan met ribu:
- seribu
- duizend
- dua ribu
- tweeduizend
Een getal als 546.789 wordt dan heel regelmatig als volgt uitgesproken:
lima ratus empat puluh enam ribu tujuh ratus delapan puluh sembilan
[bewerken] Voornaamwoorden
[bewerken] Persoonlijke voornaamwoorden
[bewerken] Aanwijzende voornaamwoorden
Gebruik van aanwijzende voornaamwoorden is zeer frequent, met name de woorden ini dit, en itu dat. Deze woorden worden vaak gebruikt om een zinsdeel af te sluiten, zie ook Zinsconstructies hieronder.
- mobil ini
- deze auto
- kereta api itu
- die trein
Naast deze veel voorkomende aanwijzende voornaamwoorden zijn er natuurlijk nog meer, zoals:
- begini
- zo(als dit)
- begitu
- zo(als dat)
- sini
- hier
- situ
- daar
[bewerken] Vragende voornaamwoorden
Er zijn verschillende vragende voornaamwoorden waarmee men vragende zinnen kan maken. Een van de belangrijkere is het woord apa wat?. Aan het begin van een zin heeft het niet veel meer betekenis dan het inleiden van een vragende zin:
- apa anda mau ke Jakarta?
- wilt U naar Jakarta?
waar het aan het eind van een zin meer overeenkomt met het Nederlandse wat:
- anda mau makan apa?
- wat wilt U eten?
Een ander veel gehoord vragend voornaamwoord is mana welk. Dit staat meestal aan het eind van de zin.
- anda pilih buku mana?
- welk boek kiest U?
[bewerken] Voorzetsels
[bewerken] Bijwoorden
[bewerken] Voegwoorden
[bewerken] Woordvorming
[bewerken] Zelfstandige naamwoordvorming
[bewerken] Samenstellingen
[bewerken] Woordverdubbeling
[bewerken] Het achtervoegsel -an
[bewerken] Het voorvoegsel se-
[bewerken] Het circumfix per- -an
[bewerken] Werkwoordvorming
[bewerken] Het voorvoegsel ber-
[bewerken] Het voorvoegsel me-
[bewerken] Het achtervoegsel -kan
[bewerken] Het voorvoegsel ter-
[bewerken] Het circumfix ke- -an
[bewerken] Woordverdubbeling
[bewerken] Zinsconstructies
Een eenvoudige Indonesische zin bestaat uit twee gedeelten: 1. Het bepaalde, en 2. Het bepalende. Het bepaalde staat voorop, hetgene dat daarover gezegd wordt (bepalende) komt daarachter. In traditionele taalkundige terminologie zou men kunnen spreken van onderwerp en gezegde. Een simpel voorbeeld wordt gevormd door:
- ini buku
- dit is een boek
waarin het aanwijzende voornaamwoord ini dit het bepaalde of het onderwerp is, en buku boek het bepalende of het gezegde. Dit is een volwaardige Indonesische zin en waar in de meeste Europese talen een werkwoordsvorm verplicht zou zijn, is dat in het Indonesisch niet het geval. Een ander voorbeeld:
- buku ini besar
- dit boek is groot
Hierin is buku ini dit boek het bepaalde, en besar groot het bepalende. Let erop dat buku ini (dit boek) dus iets anders betekent dan ini buku (dit is een boek). Tussen het bepaalde en het bepalende hoort men vaak een adempauze in de zinsintonatie, als scheidingsteken.

