Doe mee en deel je reiskennis!

Taalgids Frans

Uit Wikitravel
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit artikel is een beginnetje En heeft aandacht nodig. Duik erin en help het groeien!


Uitspraak[bewerken]

Klinkers[bewerken]

als de Nederlandse a
als de tweede e in weten
É 
als ee
È 
als de eerste e in kennen
als i of j
als o
als u
Ou 
als oe
Eu 
als eu
Au 
als oo
An 
nasaal a
En 
nasaal a of nasaal eerste e van kennen
In 
nasaal eerste e van kennen
On 
nasaal o
Un 
nasaal eu

Medeklinkers[bewerken]

b
s (indien gevolgd door een e, i, of y) of k (indien gevolgd door een a, o of u)
d
f
zj (indien gevolgd door een e, i of y) of Engelse g van go (indien gevolgd door een a, o of u)
stom
zj
k
l
m
n
p
Q(u) 
k
r
s of z
t
v
w
x
i of j
z
Ch 
sj
Ph 
f

Beknopte grammatica[bewerken]

De Franse grammatica is niet zeer ingewikkeld. Hier volgt een klein overzicht

Zelfstandige naamwoorden en lidwoorden[bewerken]

Zelfstandig naamwoord en bepaald lidwoord

 

enkelvoud meervoud
mannelijk le mot les mots
mannelijk voor klinker of h* l'homme les hommes
vrouwelijk la rue les rues
vrouwelijk voor klinker of h* l'animation les animations
  • LET OP! bij leenwoorden en eigennamen zoals hockey en Hollande wordt de h uitgesproken en dus als volwaardige medeklinker gezien. Bij deze woorden komt dan ook niet l' maar le of la.

Onbepaald lidwoord

 

enkelvoud meervoud
mannelijk un mot des mots
mannelijk voor klinker of h* un homme des hommes
vrouwelijk une rue des rues
vrouwelijk voor klinker of h* un'animation des animations

Werkwoorden[bewerken]

In het Frans zijn er verschillende soorten werkwoorden:

  • regelmatig op -er
  • regelmatig op -re
  • regelmatig op -ir
  • onregelmatig

Regelmatige werkwoorden

op -er

présent (onvoltooid tegenwoordige tijd)

regarder (te) kijken

 

je regarde ik kijk
tu regardes jij kijkt
il/elle/on regarde hij/zij/het/men kijkt
nous regardons wij kijken
vous regardez jullie kijken / u kijkt
illes/elles regardent zij kijken

imparfait (onvoltooid verleden tijd)

regarder (te) kijken

 

je regardais ik keek
tu regardais jij keek
il/elle/on regardait hij/zij/het/men keek
nous regardions wij keken
vous regardiez jullie keken / u keek
illes/elles regardaient zij keken

passé composé (voltooid verleden tijd)

vorm van avoir of être + [infinitif -er + é]

dus: j'ai regardé; tu as regardé etc.

Onregelmatige werkwoorden

onvoltooid tegenwoordige tijd

avoir (te) hebben

 

j'ai ik heb
tu as jij hebt
il/elle/on a hij/zij/het/men heeft
nous avons wij hebben
vous avez jullie hebben / u hebt
illes/elles ont zij hebben

onvoltooid tegenwoordige tijd

être (te) zijn

 

je suis ik ben
tu es jij bent
il/elle/on est hij/zij/het/men is
nous sommes wij zijn
vous êtes jullie zijn / u bent
illes/elles sont zij zijn

Woordenboek[bewerken]

Basiswoorden[bewerken]

Goeiedag.
Bonjour. (bonzjoer)
Hoe gaat het met u?
Comment allez vous ? (komantalee voe)
Hoe heet u?
Quel est votre nom? (kel eh votr non)
Mijn naam is ____.
Mon nom est ____. (mon nom-eh)
Aangename kennismaking. 
Heureux de vous rencontrer. (eureu de voe rancontree)
A.u.b.
S'il vous plaît S.v.p. (sil-voe pleh)
Dank u.
Merci. (mersi)
Geen dank.
Il n'y a pas de quoi. (il nia pa de kwa)
Ja
Oui (wie)
Nee
Non (non)

Problemen[bewerken]

Laat me met rust! 
Laissez-moi tranquille! (lessee mwa trang-KIEL!)
Rot op. 
Dégage! (dee-GAAZ!) / Va t'en! (vah TANG)
Raak me niet aan! 
Ne me touchez pas! (ne me TOE-shee PAH!)
Ik haal de politie erbij. 
J'appelle la police. (zja-PEL lah poo-LIES)
Politie! 
Police! (POO-lies)
Houd de verkrachter! 
Arrêtez! Au viol! (ah-geh-TEE! o vie-JOL!)
Houd de dief! 
Arrêtez! Au voleur! (ah-geh-TEE! o vo-LUIG!)
Help! 
Au secours! (o suh-KOEG!)
Ik heb je hulp nodig. 
Aidez-moi, s'il vous plaît! (ei-dee MWAH, siel voe PLEH!)
Het is een noodgeval. 
C'est une urgence! (set uun uur-ZJANS)
Ik ben de weg kwijt. 
Je suis perdu. (zjuh swie peg-DUU')
Ik ben mijn koffer kwijt. 
J'ai perdu mon sac. (zjee peg-DUU mong sak)
Ik ben mijn portefeuille kwijt. 
J'ai perdu mon portefeuille. (zjee peg-DUU mong pog-te-FUIJ)
Ik ben misselijk. 
Je suis malade. (zjuh swie ma-LADE)
Ik ben gewond. 
Je me suis blessé. (zjuh me swie bleh-SEE)
Ik heb een dokter nodig. 
J'ai besoin d'un médecin. (zjee buh-ZWAH dung meed-SEING)
Mag ik je telefoon gebruiken? 
Puis-je utiliser votre téléphone? (pwie zjuh uu-tie-lie-ZEE vot-guh tee-lee-FON)
Wat scheelt er? 
Qu'y a-t-il? (kie ah-TIEL)

Dagen van de week[bewerken]

dag
jour (zjoeg)
week
semaine (se-MIJN)
maandag
lundi (lun-DIE)
dinsdag
mardi (mag-DIE)
woensdag
mercredi (meg-kru-DIE)
donderdag
jeudi (zjeu-DIE)
vrijdag
vendredi (van-dre-DIE)
zaterdag
samedi (sa-me-DIE)
zondag
dimanche (die-MANSJ)

Getallen[bewerken]

un/une (uhn)/(uun)
deux (deu)
trois (trwa)
quatre (kat)
cinq (seink)
six (sies)
sept (set)
huit (wiet)
neuf (nuf)
10 
dix (dies)
11 
onze (onz)
12 
douze (doez)
13 
treize (trijz)
14 
quatorze (kat-ORZ)
15 
quinze (kenz)
16 
seize (sijz)
17 
dix-sept (die-SET)
18 
dix-huit (die-ZWIET)
19 
dix-neuf (diez-NUF)
20 
vingt (vijnt)
21 
vingt-et-un (vijn-tee-UHN)
22 
vingt-deux (vijn-DEU)
23 
vingt-trois (vijn-TRWA)
30 
trente (trant)
40 
quarante (kar-ANT)
50 
cinquante (sijn-KANT)
60 
soixante (swa-SANT)
70 
soixante-dix (swa-sant-DIES) of septante (sep-TANT) in België en Zwitserland
80 
quatre-vingt (katre-VIJNT); huitante (wie-TANT) in België en Zwitserland (behalve Geneve); octante (ok-TANT) in Zwitserland
90 
quatre-vingt-dix (katre-vijn-DIES); nonante (non-ANT) in België en Zwitserland
100 
cent (san)
200 
deux cent (deu san)
300 
trois cent (trwa san)
1000 
mille (miel)
2000 
deux mille (deu miel)
1,000,000 
un million (uhn miel-JON)
nummer _____ (trein, bus, enz.
numéro _____ (nu-mee-RO)
half 
demi (de-MIE), moitié (mwa-tjee)
less 
moins (mwan)
more 
plus (plu)

Kleuren[bewerken]

Opmerking: zoals in andere romaanse talen zijn zelfstandige naamwoorden ofwel mannelijk ofwel vrouwelijk en worden de bijvoeglijke naamwoorden overeenkomstig vervoegd.

zwart 
noir/noire (nwaar)
wit 
blanc/blanche (blang/blansh)
grijs 
gris/grise (grie/griez)
rood 
rouge (roezj)
blauw 
bleu/bleue (bleu)
geel 
jaune (zjoon)
groen 
vert/verte (veir/vert)
oranje 
orange (o-RANZJ)
paars 
violet/violette (vie-o-LEH/vie-o-LET)
bruin 
brun/brune (bruh/bruun); marron (mah-RONG)

Varianten

Handelingen

Docents

In andere talen