Doe mee en deel je reiskennis!

Elektrische systemen

Uit Wikitravel
Ga naar: navigatie, zoeken
Universele Stekker Adapter

Dit artikel is een Reisonderwerp

Elektrische systemen zijn niet altijd en overal hetzelfde. Soms wordt 50 Hertz gebruikt, soms 60. Soms draait de winkel op 110-120 Volt, dan weer 220-240. Sommige streken hebben altijd stroom, behoudens een aardbeving of nieuwe ijstijd, andere redden het met een paar uur per dag. Ten slotte heb je nog diverse stekkers; al bij al even goed voorbereiden dus voor de wereldreiziger.

Begrijpen[bewerken]

Kaart van de wereld gekleurd volgens voltage en frequentie
Kaart van de wereld gekleurd volgens type stekker

Met al deze variaties omspringen lijkt misschien ingewikkeld, maar in de praktijk valt het nog wel mee. Er zijn eigenlijk maar twee grote soorten elektrische systemen in de wereld, weliswaar met diverse aansluitingen:

  • 110-120 Volt, aan een frequentie van 60 Hertz (grofweg: Noord- en Centraal-Amerika, West-Japan)
  • 220-240 Volt, aan een frequentie van 50 Hertz (grofweg: de rest van de wereld, uitzonderingen daargelaten)

Af en toe kom je iets aparts tegen, zoals Tokio, Japan met z'n 110-120 Volt en 50 Hz; of omgekeerd, 220-240 Volt en 60 Hz in Manilla in de Filippijnen. Het blijven echter wel uitzonderingen.

Als het voltage en de frequentie al kloppen met het toestel dat je dacht mee te nemen, dan moet je enkel nog even op de stekker letten. (Het kleine verschil tussen 110V en 120V, of tussen 220V en 240V is normaal wel binnen de grens van het acceptabele voor de meeste elektrische toestellen.) Een toestelletje dat je stekkers van de ene soort in een aansluiting van de andere soort laat steken heet een adapter: dit zijn kleine, goedkope, veilige en bijna onbreekbare dingetjes.

Als het voltage voor je toestel echter niet klopt, dan heb je een transformator nodig om het voltage om te zetten. Een transformator is in de kern eigenlijk een hoop ijzer met daar slim een hoop draad omheen gewonden, waardoor ze al snel eerder groot en zwaar uitvallen. Bovendien moet je uitkijken dat het voltage correct wordt verhoogd of verlaagd. Immers, als je een transformator die verhoogt van 110V naar 220V in een 220V-aansluiting steekt, heb je 440V en wellicht gratis vuurwerk. Je moet ook oppassen dat het vermogen, namelijk hoeveel Watt je toestel trekt, niet boven de limiet van de transformator gaat; anders wordt het ding te warm en schiet het in het slechtste geval in de fik.

Voor de omzetting van 240V naar 120V bestaan er zogenaamde switching converters die lichter zijn, en meer verbruik aankunnen, tot 1600 Watt. Ze werken enkel om de spanning te verlagen, niet om ze te verhogen. Bovendien komt er een soort elektriciteit uit die door z'n golfvorm niet geschikt is met digitale elektronica, dus daar kun je het niet voor gebruiken. (Het is trouwens altijd een goed idee om een overspanningsbeveiliging te gebruiken met gevoelige en/of dure elektronische apparatuur.)

Als tenslotte de frequentie niet klopt, valt er eigenlijk niks te beginnen. In tegenstelling tot spanning kan frequentie namelijk niet makkelijk omgezet worden. "Niet makkelijk" betekent hier dat bijvoorbeeld buitenlandse ambassades gigantische generatoren moeten gebruiken om apparatuur uit hun thuisland aan te sturen. Gelukkig zijn de meeste apparaatjes die bedoeld zijn voor op reis, geschikt voor zowel 50 als 60 Hertz. Als dat apparaat niks meer doet dan warmte of licht produceren, dan maakt die hele frequentie eigenlijk niks uit. Het maakt wel iets uit voor apparaten met een motortje (waar geen optie voor batterijen inzit) of als er een tijdsaanduiding is. Uitzonderingen zijn toestellen met een motor die juist bedoeld zijn om op reis mee te nemen, neem bijvoorbeeld een haardroger. In dat geval staat er 50/60 Hz op het etiket en zijn beide veilig.

Veel toestellen die op een lage spanning werken, zoals een laptop of GSM, hebben een transformator ingebouwd die bijna op om het even wat werkt. Controleer het etiket om na te gaan wat wel en niet kan. Als er bijvoorbeeld op staat: "INPUT: 100-240V, 50/60 Hz" dan win je de hoofdprijs en moet je enkel nog uitkijken naar de juiste adapter. Als er daarentegen maar een enkele spanning vermeld staat, moet je nagaan of je bestemming overeenkomt, of een transformator aanschaffen. Voor het opladen van batterijen of het gebruiken van kleine elektronica kan de frequentie dikwijls genegeerd worden.

Sterker nog, als het toestel op batterijen kan lopen, maar ook een kabel heeft om die batterijen te sparen als er een stekker in de buurt is, kan het dikwijls werken met zowel als 50 of 60 Hertz (maar let wel op dat de spanning moet kloppen). Enige omzichtigheid is geboden met extra gevoelige of dure apparatuur, want de mechaniek van de voeding die AC omzet in DC (d.w.z. van wisselstroom naar batterij-achtige gelijkstroom) is wel degelijk gebouwd voor een welbepaalde frequentie. 60Hz is iets makkelijker om te zetten dan 50 Hz, maar omdat er typisch genoeg tolerantie op zit kan je dit dus voor de meeste kleine toestellen en gadgets negeren. Nogmaals, gebruik geen switching-type-converter in deze situatie. Je moet de zwaardere transformator met ijzeren kern gebruiken als het voltage niet klopt, en je wil van AC naar DC gaan (om de batterijen te ontzien of op te laden).

Een voorbeeld: tussen Engeland en Duitsland heb je enkel een adapter nodig. De Britse stekker gaat in de adapter, waardoor de rechthoekige fase en neutrale stekker verbonden worden met de Duitse ronde versies, en de aarding daar terecht komt waar het Duitse contact die wil — en alles werkt. Als je vanuit Amerika naar Europa komt, heb je een spannings-omzetter nodig, tenzij voor toestellen met een voeding die elke spanning aanvaardt. Als de frequentie niet klopt, breng geen uurwerk met stekker mee; je krijgt dan ofwel 20 ofwel 28.8 uren op een dag te zien.

Transport[bewerken]

Plugs.png

Laptopcomputers[bewerken]

Zo goed als alle laptopcomputers (inclusief degene waar de voeding ingebouwd zit) kunnen met zowel 110V als 240V overweg, maar dan moet je nog steeds nakijken of de stekker overeenstemt met de contacten in het land van bestemming.

Radio's[bewerken]

Ook radio's blijven normaal werken van land tot land. Het precies bereik van de FM-band varieert, dus mogelijk kan je niet elke zender ontvangen. In de VS worden enkel oneven kanalen gebruikt (88.1, 88.3, 100.1 etc). Een radio uit de VS zal dus niet goed werken in de meeste andere landen. In het bijzonder Japan gebruikt een smalle FM-band, namelijk van 76 MHz tot 90 MHz in plaats van het courantere 87.5 MHz tot 108 MHz. Idem voor de landen van de voormalige Sovjetrepubliek. Op de middengolf is de ruimte tussen twee zenders ofwel 9kHz ofwel 10kHz (de VS). Op een digitale radio heb je dan ook een schakelaar nodig die aangeeft welk systeem je wil gebruiken, anders heb je geen ontvangst buiten hun thuismarkt. Een ouderwetse analoge ontvanger heeft hier geen last van.

Mobiele telefoon en digitale camera's[bewerken]

De lader voor deze zaken werkt dikwijls met zowel 110V als 240V, al moet je blijven uitkijken dat stekker en contact overeenstemmen. Soms kan je een lader bijkopen die voor de "andere" spanning werkt, of misschien een lader die beide spanningen accepteert. Desalniettemin schiet dit mogelijk niks op, want je telefoon moet ook compatibel zijn met het netwerk van dat land, ook kan de telefoon vasthangen aan het netwerk van een welbepaalde operator, typisch door verkoop als pakket.

Toestellen met standaard batterijen[bewerken]

De grootte en spanning van batterijen is normaal overal precies hetzelfde, apparatuur die dag-dagelijkse batterijen gebruikt levert dus geen problemen op.

Spring zorgvuldig om met:[bewerken]

Generatoren[bewerken]

In landen waar er nog geen goed ontwikkeld stroomnet is worden vaak generatoren gebruikt. De elektriciteit die daar uitkomt kan uitmuntend zijn, maar op de meest plaatsen is dat niet het geval en kan gevoelige apparatuur beschadigd worden als je ze hierop aansluit. Dat ligt aan de geproduceerde variatie in spanning, frequentie en golfvorm (het zou een perfecte sinus moeten zijn). Soms wordt er aan de generator geknoeid zodat het ding sneller draait. Dan komt er meer spanning en stroom uit, maar ook een hogere frequentie. Normaal wordt de snelheid geregeld door de governor. Als daar aan geprutst is kan de spanning letterlijk hoog genoeg oplopen dat toestellen stuk gaan. Het veiligste advies is om waardevolle zaken niet aan te koppelen, of in elk geval de zaak los te koppelen zodra je klaar bent.

Als je je twijfels hebt bij een bepaalde installatie, kun je enkele vuistregels gebruiken. Vooreerst, als de motor op olie/benzine draait, vergeet het — een beetje serieuze gebruiker heeft een systeem op diesel draaien. Een generator van goede kwaliteit draait op een lage snelheid — 1500RPM (toeren per minuut) voor 50Hz of 1800RPM voor 60Hz. Als de motor aan 3000RPM of meer staat te hikken, deugt er iets niet.

Lampen[bewerken]

Lampen — en het peertje dat erin zit — zijn bijzonder gevoelig voor spanning. Als je van de ene naar de andere spanning omschakelt dan moet er een nieuwe gloeilamp in, tenzij je expliciet een lamp hebt die gemaakt is voor beide, bv. via een laagspannings-adapter. Als je op reis een lamp koopt, kan het zijn dat je terug thuis een elektricien de bedrading opnieuw mag laten doen totdat de lamp de vereiste veiligheidsnormen haalt. Voor een eenmalige aankoop is dit geen probleem, maar als je dacht te gaan importeren kan dat toch gaan doorwegen.

Kijk ook uit voor de aansluiting van het peertje. In 110-120V-systemen is dit typisch een bajonetconnector terwijl het in 220-240V-systemen typisch een schroefdraad is. Je hebt beide dan ook nog eens in twee maten. Uitkijken dus dat je terug thuis aan lampjes van de juiste spanning, grootte en aansluiting kan geraken, en voor een redelijke prijs, anders is het snel uit met de pret als je eerste peertje uitgebrand is.

Elektrische motor[bewerken]

De elektrische motoren in zaken als koelkasten, stofzuigers, wasmachines en andere huishoudtoestellen zijn gevoelig voor de gebruikte frequentie. Dat geldt ook voor oudere haardrogers en scheerapparaten. Zelfs met een verhogende of verlagende transformator is het mogelijk dat de motor aan de foute snelheid draait, of gewoon stuk brandt, door het verschil in frequentie. Hoe groter en krachtiger de motor, hoe groter die kans. Ga bijvoorbeeld geen stofzuiger uit de VS naar Europa importeren (of omgekeerd). Dat gaat bijna zeker stuk, zelfs met spanningsconversie.

Scheerapparaat[bewerken]

Hotels hebben dikwijls een aparte contactdoos voor scheerapparaten. Elke spanning mag erin geprikt worden voor veilig gebruik voor de spiegel in de badkamer. Met wat geluk kan ook de lader voor je GSM of gelijkwaardig weinig verbruikend toestel erin. De meeste — maar niet alle — scheerapparaten die tegenwoordig op de markt zijn werken op 50 en 60Hz, sommige kunnen zelfs de batterij opladen vanaf 12V DC (d.w.z. de stekker in de auto). Controleer het etiket en de instructies voor details wat betreft compatibiliteit.

Haardroger[bewerken]

Met een haardroger is het extra uitkijken; als je per ongeluk een 120 Volt-exemplaar in een 240 Volt-doosje steekt kan het letterlijk in brand schieten! Een 240 Volt droger in 120 Volt duwen heeft als effect dat het ding te traag draait en niet genoeg warmte ontwikkelt. Een beetje deftig hotel of motel kan je een haardroger bezorgen, als er al geen exemplaar in de badkamer zit ingebouwd. Of anders moet je maar overwegen om een haardroger te kopen of lenen die geschikt is voor je bestemming — maar ga dus niet aan het experimenteren.

De meeste nieuwe toestellen te koop in landen met 100-120V ondersteunen beide spanningen, met een snelheid voor 100-120V en een snelheid voor 220-240V. Alhoewel er nog steeds een motor inzit, functioneert het apparaat zowel op 50 als 60Hz.

Uurwerken[bewerken]

Een elektrisch uurwerk van welk type ook is uiterst gevoelig voor het soort stroom. Als de spanning gehalveerd of verdubbeld wordt, dan werkt de klok ofwel helemaal niet, of ze brandt door. Bovendien wordt de frequentie (50 of 60 Hz) gebruikt om de tijd bij te houden, zowel voor analoog als digitaal. Dat betekent dat als je een klok uit Noord-Amerika in Europa zou gebruiken, dan mist ze elk uur tien minuten, met spanningsadapater en al! Niet echt ideaal dus als je morgenochtend je trein niet wil missen. Omgekeerd gaat een Europese klok in de VS twaalf minuten per uur winnen; het eenvoudigste is dan ook om een uurwerk met batterijen te gebruiken.

Videoapparatuur[bewerken]

Televisietoestellen, radio's, video en dvd-spelers, en ook de videocassettes zelf, zijn dikwijls specifiek gemaakt voor het uitzendsysteem van het land van verkoop, een systeem dat dan zelf weer afhangt van de stroom. Bijvoorbeeld, Noord-Amerika gebruikt 60 Hz en de televisie toont 30 beelden per seconde, terwijl Europa 50 Hz heeft en televisies die 25 beelden per seconde tonen. Dat leidt tot drie belangrijke systemen, namelijk PAL, wereldwijd het meest gebruikt, NTSC, vooral in Amerika en sommige landen in het verre oosten (vooral Japan, Zuid Korea, de Filipijnen en Taiwan) en SECAM, afkomstig van Frankrijk en veel gebruikt in Oost-Europa en het Midden-Oosten; zelfs binnen zo'n "standaard" heb je dan echter nog allerlei compatibiliteits-problemen. Voor ongeconverteerd digitaal beeld, zoals dvd's, is er geen onderscheid tussen PAL en SECAM. Analoge uitvoer daarentegen hoort in het formaat te zijn van het land waar de tv vandaan komt. Brazilië heeft een mengvorm van PAL en NTSC genaamd "PAL-M". Dvd's en videobanden zijn hetzelfde als NTSC (minus regiocodering, zie verder), maar spelers en tv's zijn normaal gezien onbruikbaar buiten het land, tenzij ze een aparte NTSC-instelling hebben.

Vooraleer je videoapparatuur aanschaft doe je er goed aan zorgvuldig de handleiding en garantie te lezen. Voor een tv en videorecorder moet je ook op de frequenties van de kabelzenders letten; die kunnen namelijk variëren zelfs als alle andere technische aspecten overeenstemmen. Zelfs als de spanning, videostandaard en het hele gebeuren perfect kloppen, gaan tv's toch vaak gewoon niet werken in een ander land dan waar je ze koopt. Een tv uit de VS bijvoorbeeld slaat een aantal zenders over in Japan. Tenzij je een toestel koopt dat expliciet voor de internationale markt bedoeld is, zou het dan ook goed kunnen dat je nette installatie in een ander land een hoop rommel wordt, omdat er geen zenders op te bekijken zijn. De garantie is waarschijnlijk enkel geldig in het oorspronkelijke land van aankoop, soms moet je zelfs precies naar dezelfde winkel teruggaan als er problemen zijn.

Om het helemaal ingewikkeld te maken hebben dvd's een volstrekt kunstmatig systeem genaamd regiocodering; de bedoeling daarvan is het beperken van de regio waar een dvd kan afgespeeld worden, zodat de hele wereld niet een grote markt kan worden. Noord-Amerika bijvoorbeeld is Regio 1, en kan dus geen Regio 3-dvd afspelen van Hong Kong. Om dat te omzeilen moet je ofwel een dvd-speler aanschaffen die de regiocode negeert, of schijven kopen waar geen regiocode opzit, de zogenaamde Regio 0-dvd's.

Technisch gesproken bestaat er geen onderscheid tussen een NTSC- of PAL-dvd, ze slaan namelijk precies dezelfde kleurinformatie op. Als er dan toch zoiets op staat, dan gaat het meestal over de grootte van het beeld en het aantal beelden per seconde, cijfers die overeenkomen met de meeste (maar niet alle!) landen waar de omroepen in die standaard uitzenden. Het resultaat is alweer dat veel NTSC-spelers geen PAL-dvd's kunnen afspelen, tenzij dat er specifiek ingebouwd zit (bv. veel Philips- en JVC-modellen doen dit). PAL-dvd-spelers kunnen wel redelijk overweg met NTSC, maar niets is zeker. Als niks werkt kan je altijd nog een computer gebruiken om via de DVD-ROM-drive eender welke film te bekijken, al hebben ze daar dan weer een limiet ingebouwd waardoor je beperkt bent in hoeveel keer je van regiocode wisselt. In tegenstelling tot analoge tv's hebben computerschermen ook geen problemen met een beeld dat nu eens aan 25 (PAL & SECAM) dan weer aan 30 (NTSC) beelden per seconden loopt, en ook de resolutie vormt geen probleem.

Een videocamera kan je meestal opladen met beide stroomsystemen, bedoeld om je op reis te laten filmen en dan thuis te kijken. Digitale camera's en videocamera's kunnen meestal zowel PAL, NTSC, als SECAM uitsturen, zodat je de opnames op reis kan bekijken. Als je naar Europa komt kan een phono-naar-SCART-stekker handig zijn.

Alhoewel nu stilaan lichtjes antiek, bestaan VHS en andere banden nog steeds. De compatibiliteit tussen NTSC en PAL is nihil. Een professionele omzetting zal meer kosten dan het origineel. Samsung Electronics heeft meerdere videorecorders in de catalogus die om het even welk vreemd formaat kunnen opnemen en afspelen, maar ze zijn moeilijk te vinden (probeer online/op bestelling) en ze zijn relatief duur. Daarmee kan je dan ook nog geen kopieën maken van banden waar zowel het origineel als de gewenste kopie in een vreemd formaat zijn (tenzij je natuurlijk kapitaalkrachtig genoeg bent om maar meteen twee van deze apparaten te kopen). Je kan een dubbele conversie doen, maar de kwaliteit gaat dan pijlsnel achteruit. Een andere oplossing is om een dvd te maken in het vreemde formaat, en die opname dan terug afspelen naar de multi-format-VCR. Dan nog heb je een computer nodig die video kan opnemen in beide formaten (kunnen de meeste niet), dvd-productiesoftware die met dat vreemd formaat overweg kan, en een dvd-speler die beide formaten kan afspelen naar buiten toe (dus meer dan alleen intern er mee overweg kunnen! Lukt meestal niet, tenzij met de Philips-modellen. Als je het eenmaal op dvd hebt kun je ook overwegen om de VCR maar meteen te vergeten en kopietjes te bakken op dvd.

Ook het omzetten van dvd's zelf van het ene formaat naar het ander is geen werkje voor amateurs (als er tenminste iets van de kwaliteit moet overblijven). Het beste betaal je dan ook een pro om dat te regelen (in het telefoonboek onder Video.) Van zo'n omgezette schijf kun je dan zoveel kopieën maken als je wil. Reguliere lege schijfjes en kopieersoftware werken prima met een vreemd formaat, want uiteindelijk zijn het maar nullen en eentjes en kopieert dat even vlot als eender wat. De problemen beginnen pas als je wil gaan omzetten en afspelen op een "foute" tv.

Veiligheid[bewerken]

Als je voor het eerst een toestel gebruikt op onbekend terrein, let dan extra goed op of je overdreven warmte, vreemde geuren of rook opmerkt. Dat geldt vooral als je uit een land komt dat 120V heeft (VS, Canada, Japan, etc.) en naar een land met hogere spanning reist. Bij rook mag je honderd procent zeker zijn dat je toestel problemen heeft.

Als er inderdaad een abnormale warmte, verbrande geur (verbrande elektronica heeft een typische eigen geur) of rook ontstaat, schakel dan direct de stroom uit aan de muur of via de hoofdschakelaar, en haal vervolgens voorzichtig de stekker uit het contact. Ontkoppel het toestel niet door aan het toestel zelf, de stekker of de draad te komen, want die hebben op zijn minst gevaarlijk warm, en kunnen in het slechtste geval smelten, zodat er elektrocutie gevaar dreigt door weggesmolten isolatie.

In het slechtste geval is je toestel om zeep en aan vernieuwing toe door een foute spanning. Als het echter enkel heet werd en geen rook of vreemde geuren produceerde, heb je mogelijk geluk.

Ten slotte, vertrouw niet op de zekeringen om je toestellen te beschermen. Ze zijn meestal niet gevoelig genoeg, en als ze dan toch springen wanneer je iets aanzet, laat een plaatselijke elektricien dan even nakijken wat er aan de hand is, vooraleer je een nieuwe poging waagt met het "verdachte" toestel.



Dit artikel is bruikbaar. Een aantal significante secties is goed genoeg om dit artikel bruikbaar voor een avontuurlijk persoon te maken. Dit artikel kan een gidsartikel worden, door erin te duiken en het uit te breiden!

Varianten

Handelingen

Docents

In andere talen